EN ANNA VAN HANNOVER.
49
eigen gezag. Vandaar dat zij, instede van te trachten naarnauwe aanéénsluiting met de oude vrienden van het Oranje-huis, den raad van trouwe aanhangers vaak terug wees,om maar al te gewillig het oor te leenen aan de wenschender tegenpartij. Het aanwakkeren der weder verflauwdeOranjegezindheid der bevolking moest zij zich ten doelstellen, en zij was op het winnen en bevredigen van enkelepersonen bedacht; zij moest zich een welberaamd plan vanbinnen- en buitenlandsche staatkunde kiezen en zij gingveeleer, zoo al niet naar den luim van het oogenblik, dantoch nog naar den schijnbaren eisch der wisselende om-standigheden te werk. i
Wrange vruchten heeft Anna van Hannover van dezehandelwijze geplukt, toen het statenstelsel van Europa eeneplotselinge wijziging onderging door de verbintenis vanFrankrijk met Oostenrijk bij het uitbreken van den zooge-naamden zevenjarigen oorlog, die in 1756 losbarstte tusschenFrankrijk en Oostenrijk eenerzijds en Pruisen en Groot-Brittannië andererzijds. Volgens oude tractaten met Engelandwas onze Republiek tot levering van schepen en manschappenaan dit Rijk, zoo het oorlog voeren moest, uitdrukkelijkverplicht. Op dit stuk was geene weigering of aarzelinggeoorloofd. Bovendien moest men, door strijdende legersomringd, het noodige doen ter beveiliging der grenzen vanden Staat. Aanvankelijk werd dan ook de door de gouver-nante aangevraagde versterking van leger en vloot door
') Groen van Prinsterer. Handboek der Geschiedenis desVaderlands. § 645 en vgg.
4