EN ANNA VAN HANNOVER.
47
De overgang der regeering geschiedde nog zonder be-zwaar en de gouvernante gaf reeds dadelijk blijken vanhare zucht om de belangen der Republiek met grootenernst te behartigen. Toch mocht het haar niet gelukkende erkenning der oprechtheid van haar streven te ver-werven. Hervorming van het financiewezen, tegemoetkomingvan handel en zeevaart, opbeuring van de kwijnende nijver-heid, der weverijen vooral, door de bevordering van hetgebruik van inlandsche stoffen, zooals Willem IV dat reedsbegonnen was, dat was de hoofdinhoud der voorstellen,die zij den Staten van Holland en den Staten-Generaal inbehandeling gaf. Maar het was geheel vruchteloos; degenomen besluiten bleven liggen, werden niet nageleefd,terwijl op de prinses-douairière de blaam van het onver-anderd voortduren van bestaande toestanden terugviel. Deoorzaak van den onwil, waarmede de prinses te worstelenhad, lag buiten twijfel in de eerste plaats daarin, dat hethaar aan de kracht ontbrak om het hoofd te biedenaan het dringen van den geest des tijds. Van de helftder achttiende eeuw zijn de eerste kiemen waarneembaarvan een schielijk aanwassend verzet tegen alle gezagzoowel op godsdienstig als op staatkundig en maatschappe-lijk gebied, waardoor ten slotte niet anders dan een ge-welddadige omkeer der bestaande toestanden kon wordenteweeggebracht. ' Deze geest van verzet uitte zich vooralin de ongebondenheid der pers, die zich zelfs niet ontzag
') Mr. J. H. Hora Siccama. Onze Prinsessen, pag. 66.