EN ANNA VAN HANNOVER.
31
Dillenburg, van Hadamar, van Siegen waren dientengevolgetoegevallen aan hem, den eenigen vertegenwoordiger vanhet door Ernst Casimir gestichte Huis van Nassau-Dietz.Alle goederen, die in 1255 bij de verdeeling tusschen debeide zonen van Hendrik den Rijke van Nassau, aan Otto,den oudsten zoon, waren toegewezen, zag Willem IV thansweder onder zijn bestuur vereenigd. Hij was daarmedeDuitsch Rijkvorst van beteekenis geworden; de rijke, uit-gestrekte bezittingen vermeerderden op belangrijke wijzezijne inkomsten, vermeerderden zijne plichten en zijne rechtenin het Duitsche Rijk. Meermalen overwoog hij dan ook devoordeelen van eene blijvende vestiging in zijne DuitscheStaten, waar hij in een rijk, welvarend land souvereinregeerend vorst was over hem trouw toegedane onder-danen en zijne positie zoo veel beter verzekerd scheendan als stadhouder in eene Republiek. 1 Maar zwaar wogenhem de traditien van zijn Huis; hij kon er niet toe be-sluiten zich van de Nederlanden af te keeren; en bovendienal bezat hij, als stadhouder van slechts drie der ZevenProvinciën met uiterst beperkte rechten, alsnog geenemacht in den Staat, — het oogenblik, dat die hem metter-daad ten deel zoude vallen scheen, voor wie oogen hadom de teekenen der tijden waar te nemen, binnen een niette ver verwijderd tijdperk te moeten aanbreken. Menigeen,zelfs een raadpensionaris Slingelandt, zag heimelijk in deverheffing van een Eminent Hoofd, van eenen Stadhouder,
') Prof. P. J. Blok. Geschiedenis van het Nederlandsche volk.VI pag. 95.