220
MARIA VAN ENGELAND.
„teruggetrokken," verhaalt zij in hare Afr'/wofres, „en zoo„onderworpen ais het een Christen past; ik voelde hemelsche„indrukken in mij en dat gaf mij eenen vrede des geestes,„dien het onmogeiijk is te smaken, ais men in de wereid„verkeert. Dat was meer dan ik had mogen of kunnen ver-„wachten in eenen tijd, toen de prins zich bezig hieid met„toebereidseien voor eenen veidtocht, waarin zijn persoon„(die mij duizendmaal dierbaarder is dan de mijne) aan„aiieriei gevaren zoude worden blootgesteld en dat in eenen„strijd tegen mijnen eigen vader. Ik heb dus wei alle reden„om dien vrede der ziele te beschouwen als eene uitnemende„genadegave van mijnen God, wiens naam geprezen zij in„alle Eeuwigheid ... Maar die toestand was te gelukkig om„lang te duren. De prins riep mij tot zich naar den Haag,„waar ik den 6^" October aankwam. Ik vond hem in goede„gezondheid behalve zijnen hoest, die hem erg hinderde;„maar toch niet zoo of hij kon toch alles regelen voor„zijnen aanstaanden veldtocht."
De ontknooping naderde thans met snelle vaart. Formeeldeed de prins aanzoek bij de Staten om hun leger en hunnevloot te zijner beschikking te stellen, er op wijzende, datde koningen van Frankrijk en Engeland het blijkbaar toe-legden op den ondergang der gereformeerde religie. LodewijkXIV had dit getoond door het edict van Nantes, dat gediendhad om de godsdienstoorlogen in zijn rijk te doen eindigen,te herroepen en de Gereformeerden te behandelen, eenieder wist hoe. De koning van Engeland had het evenzeergetoond door schending der belofte, bij zijne kroning onder