MARIA VAN ENGELAND.
215
snelheid, die zeifs den katholieken raadslieden van koningJacobus bedenkelijk scheen. Geen ambt van eenige be-teekenis bleef in protestantsche handen. Ronduit werdmen gesteld voor de keuze: bekeering of ontslag. „Binnen„kort zal het voor geen Protestant meer mogelijk zijn hier„te leven," klaagde hare zuster, prinses Anna, in een ver-trouwelijk schrijven aan Maria.
De verdeeldheid tusschen vorst en volk klom, totdat einde-lijk door een aantal der aanzienlijksten des lands eeneuitnoodiging tot den prins van Oranje werd gericht ommet eene voldoende legermacht over te komen en hetprotestantsche volk tegen de roomsch-gezinde regeering inbescherming te nemen. Met schrik zag Maria het oogen-blik naderen, waarop de man, dien zij lief had, naar rechten geweten verplicht zoude zijn de wapenen op te nementegen den vader, wien zij het leven dankte. Hare afkeuring,die 's prinsen optreden wederrechtelijk hadde doen schijnen,zoude die zoo goed als onmogelijk hebben gemaakt. Maarzij leefde thans met haren echtgenoot in volkomene eens-gezindheid: wat hem het hoogste en het heiligste was,was het haar insgelijks, en zij vertrouwde op zijne toe-wijding aan het algemeen belang, op zijn plichtgevoel, opzijne toewijding zóó onbepaald, dat zij niet aarzelde haretoestemming te verleenen ook tot hetgeen hij tegen harenvader zich verplicht achtte en ook werkelijk vóór had, teondernemen. Bovendien, zij twijfelde ernstig, zij kon haastniet gelooven aan de echtheid van den prins van Wales,van den zoon, die haren vader juist in deze dagen van