204
MARIA VAN ENGELAND.
jeugd het groote doel, het algemeen maatschappelijke, alge-meen menschelijke streven, waaraan Willem 111 alles heeftopgeofferd, dat hij met onwrikbare vastberadenheid heeftvoorgestaan.
Maar dat hij dat doel verwezenlijkt heeft, dat hij in datstreven is geslaagd, tot onschatbaren zegen voor Nederland,voor Engeland, ja voor gansch Europa, dat dankt hij voorgeen klein deel aan de liefde volle toewijding, aan het helderbegrip van zijne roeping, aan het edel gemoed der jongevrouw, die in de eerste jaren van hun huwelijk nauwelijksdoor hem werd opgemerkt. Hartelijke vertrouwelijkheid,innige gemeenschap was aan de eerste jaren van hun samen-leven vreemd. Beiden leefden grootendeels ieder voor zich.Maria bracht hare dagen door in gezelschap harer hofdames,zonder dat de gewone verstrooiingen van een hofleven haarafleiding gaven. De dagen van glorie onder Amalia vanSolms, toen de hofhouding der Oranje's die van menigensouverein in glans te boven ging, waren voorbij. Wel voerdeWillem III tot handhaving van zijn prestige eenen vorste-lijken staat; maar al had het verlies van het groote fortuinvan zijn Huis het hem niet alreede onmogelijk gemaakt, zoozoude zijn ernstige, peinzende aard hem reeds afkeerighebben gemaakt van groote feesten en noodeloos praal-vertoon. De Engelsche edellieden, die bij zijne gemalin hunneopwachting maakten, voelden dan ook medelijden met haarom dit in hunne schatting vreugdelooze leven, dat zij leiddeen dat, in zijnen rustigen eenvoud, ook zeker eene grootetegenstelling bood met de buitensporige weelde en woelige