202
MARIA VAN ENGELAND.
grootsche plannen: het behoud van het staatkundig even-wicht, dat door Frankrijks heerschzucht en toenemendemacht ernstig werd bedreigd, en de handhaving van hetProtestantisme, dat door het verbond tusschen LodewijkXIV en de Stuarts niet alleen in Engeland maar ook in deNederlanden, ja in gansch Europa, in zoo hachelijken toe-stand verkeerde als ooit te voren. Hij was een oprechtvaderlander, een Hollander met hart en ziel; maar ook opEngeland had hij van oudsher eene bijzondere betrekking.Het land zijner moeder, door zijnen oom geregeerd, washem als een tweede vaderland en dat te meer, omdat eruitzicht bestond en lang is blijven bestaan, dat hij naargeboorterecht op zijne beurt tot den troon van dat rijk zoudeworden geroepen. Indien zijn jongere oom Jacobus vóórzijnen oom koning Karei II, die kinderloos was, kwam tevallen, was het eene vraag, waarover getwist kon worden,of bij erfopvolging de dochter van den jongeren broeder,dan wel de zoon der oudere zuster behoorde voor te gaan.Dit uitzicht op den troon van Engeland, gepaard aan hetbezit der hoogste waardigheid in de Republiek der Ver-eenigde Provinciën, gaf aan het patriotisme van Willem IIIeenen ruimeren omvang, een hooger doel.
Toen hij in 1672, dat benauwend tijdsgewricht, het stad-houderschap in Holland aanvaardde, scheen de Republiekde weerlooze buit van tallooze vijanden te zijn. Onredbaarscheen zij in 's vijands handen overgeleverd; en als over-wonnene had zij niet anders te wachten dan slaafsche onder-werping aan eenen vreemden vorst, herstel van de supre-