200
MARIA VAN ENGELAND.
het zich zelve wilde bekennen, uit spijt, dat zij, die zoowelom haar vooruitzichten als vermoedelijke erfgename vanden troon als om hare groote persoonlijke beminnelijkheidaan het Engelsche hof algemeen was gevierd, wel niet on-vriendelijk, maar toch met gedachtelooze onverschilligheidwerd bejegend door haren bruidegom. Diens brein was tezeer vervuld van grootsche ontwerpen en veelomvattende,strijdige belangen, dan dat hij veel aandacht had kunnenschenken aan zijne bruid. Misschien ook gevoelde dezeer zich door gekrenkt, dat zij, evenals hare tante MariaStuart vóór haar, alleen door staatsbelang met dezen manin den echt werd verbonden. Want ook nu weder was hetde hachelijke toestand, waarin het Huis der Stuarts ver-keerde, die hen eene verbintenis met dat der Oranje s deedzoeken. De dalende populariteit van het oude koningshuis,tengevolge van den argwaan van het volk, dat zijnen kin-derloozen koning en diens broeder, zijnen vermoedelijkenerfgenaam, meer en meer naar het Katholicisme zag over-hellen, had het noodzakelijk gemaakt iets ter geruststellingder natie te doen. De hertog van York was openlijk tot deRoomsch-Katholieke Kerk overgegaan, en steeds luider klonkde roep om eene uitsluitingswet, die, met voorbijgaanvan den roomsch-katholieken naasten erfgenaam, den prinsvan Oranje tot troonopvolger moest-verklaren. Diens op-treden als ijverig Protestant, als onverzoenlijke tegenstandervan datzelfde Frankrijk, waarbij de dynastie der Stuartshulp en steun vond bij de verwezenlijking zijner katholiekesympathieën, had het volk reeds meermalen den blik vol