il'xi
AMAHA VAN SOLMS EN MARIA STUART. 179
zoovee) gebrek aan kieschheid en begrip, te moeten aanzien.Maar verandering er in brengen was ónmogelijk. Een paarmaal scheen de goede verstandhouding tusschen schoon-moeder en schoondochter hersteld; maar telkens slechtsvoor korten tijd, en zij keerde nimmer weder, toen Maria,verbitterd, omdat de gouverneur van het prinsdom Oranjehaar gezag weigerde te erkennen en zich krachtens de actevan voogdijschap op de orders van Amalia van Solms enden keurvorst van Brandenburg beriep, Frankrijks tusschen-komst inriep, doof voor den raad van hen, die haar hetgevaarlijke van dien stap trachtten aan te toonen. En zooalste verwachten was, had Lodewijk XIV het geschil een-voudig weg beslecht door het prinsdom aan zich te trekken.Zulk baldadig drijven kon Amalia niet vergeven en zelfsin Maria's eigen omgeving gingen er stemmen op, diezeiden, dat zij haar kind zou bestelen om de zaak vanharen broeder te bevoordeelen.
Maar zoo zij voor haren broeder leefde en werkte, hetwas tevens voor haren zoon, verklaarde Maria, wanneerzij zich een enkele maal verwaardigde te antwoorden opde voorstellingen, die men haar deed. Immers de verheffingvan Karei II in Engeland moest de verheffing van denjeugdigen Willem in de Nederlanden ten gevolge hebben.De Republikeinen in Holland zouden het niet wagen harenbroeder te wederstreven, als hij uit de volheid zijnerkoninklijke macht hun zijnen wil deed verstaan.
Zij heeft die verheffing werkelijk nog beleefd. In het jaar1658 stierf Cromwell en in het volgende jaar werd het