1^.8 AMAUA VAN SOLMS EN MARIA STUART.
te bereiden, zond de kardinaal, die de voortzetting van denooriog wenschte, aan Amaiia een paar prachtige oorbaggenten geschenke, opdat deze, zooais hij haar schreef deniaster tegen Frankrijk mochten afwijzen, zoo dikwijis diede ooren der prinses zocht binnen te sluipen. Later werdendergeiijke geschenken herhaald, niettegenstaande de Franschegezanten erkenden, dat de vorstin eenen kwistigen over-vloed van edelgesteenten bezat. Wel ontving de gezant, diede oorsieraden overbracht een vorstelijk tegengeschenk;maar toch heeft het aannemen van deze giften eene schaduwop Amalia's naam geworpen. Het verblijf van de Fran-sche vorstin ten onzent heeft voor Frankrijk echter geenepolitieke beteekenis gehad; aan dat aanbieden der oorbellenbehoeft daarom geen andere waarde te worden gehechtdan die van het uitwisselen van beleefdheden; ten onrechteis dat geschenk als omkooperij beschouwd, meent MejuffrouwGeest in haar proefschrift over Hnm/fa ww .S'o/nM g;;Wa'gr/aMdfsc/ig /w r/g y'argM, rfig fMM
wg<fg sy?3 Bovendien de prinses
wenschte den vrede. „Wij voeren eigenlijk nog maar oor-„log om tot vrede te komen," verklaarde zij in den zomervan het jaar 1646 den Franschen gezant en beloofde dezenFrankrijk wel ter wille te zullen zijn, maar alleen als hetbelang der Republiek er mede werd gediend. *) Zij achttezich tegenover Frankrijk ook in het minst niet gebondendoor de aanzienlijke som gelds, die haar om dezen tijd
') J. J. Geest. Amaiia van Solms enz. pag. 58.