LOUISE DE COLIGNY.
117
Haar [eed over dezen persoonlijken tegenspoed werdechter verdrongen door haren schrik om den piotseiingenkeer, dien zij den loop der dingen in Frankrijk nemen zag:Hendrik IV viel onder den dolk van Ravaillac. Opnieuwhief de Ligue het hoofd op; alles wat de vorige regeeringhad opgebouwd zonk inéén. De eerste minister Sully werdsmadelijk ontslagen; de schatten, die onder zijn wijs beleidwaren opgelegd, werden door de gunstelingen van Mariade Medicis onder elkander verdeeld, als gold het eenenwelkomen buit. Een nieuw tijdperk van burgeroorlog, vanregeeringloosheid, van willekeur was aangebroken en brachthet pas uit zooveel ellende geredde land andermaal denondergang nabij. Machteloos om iets ten goede te werken,nu al hare oude vrienden verdrongen waren of dood,vluchtte Louise vol ontzetting en afgrijzen naar Holland terug.
Een weldadig gevoel van rust kwam in het „goede„Haagje", zooals zij het in hare brieven noemt, weder overhaar. De terugkeer naar Holland stemde haar gelukkig;daar was nu toch haar werkelijk thuis en daar wilde zijthans blijven voor goed. „Alles wat ik lees en hoor, kondigt„mij slechts nieuwe rampen aan voor mijn arm, ongelukkig„vaderland," schreef zij om dezen tijd, „en dat geeft kleine„opgewektheid om er weder te keeren. Die heb ik dan ook„niet. Ik wil nu tot het einde mijner dagen hier blijven,„God biddende in alle stilte."
Zij had een der dochtertjes van Charlotte Brabantinemet zich genomen naar den Haag en de opvoeding vandit kind, de later in de geschiedenis van Engeland beroemd