LOUtSE DE COLIGNY.
109
eene ergernis bijna, hen op hare aansporingen daartoe tehooren antwoorden: „dat zij niets te zeggen hadden en„dat de zusters toch we! wisten, dat zij het goed met haar„meenden." Zij zelve stond met allen in briefwisseling, zelfsmet Flandrina, thans abdis van het klooster Sainte-Croix tePoitiers. t)
Flandrina van Nassau, prinses van Oranje, is eene diervele sympathieke nonnenfiguren geweest uit den tijd derrestauratie van het Katholicisme tegen het einde der 16^en in het begin der eeuw. Ook zij voerde als abdisin haar klooster de trouwe naleving weder in der geloftenvan clausuur, van armoede en van zelfverzaking: geloften,die maar al te dikwijl zinledige klanken geworden waren.En wat veel zegt, een oogenblik hoopte de abt van Saint-Cyran, die haar tijdens zijn verblijf te Poitiers leerde ken-nen, dat zij en hare abdij hem het vruchtbare arbeidsveldvoor zijne hervormingsplannen zouden bieden, dat hij even-wel niet daar, maar bij Angélique Arnauld te Port-Royalgevonden heeft. De innige, oprechte vroomheid vanFlandrina van Nassau, die reeds als driejarig kind (cf. pag.89) naar Frankrijk overgebracht, in hare jeugd van allenomgang met hare protestantsche verwanten verstoken bleef,werd geheel door Jezuietische invloeden beheerscht. Ditdeed echter geen afbreuk aan haar echt vriendschappelijkverkeer in later jaren met hare zusters, vooral met Char-
') H. J. Allard. Flandrina van Nassau, de dochter des Zwij-gers. Almanak voor Nederlandsche Katholieken, Jaarboekje vanAlberdingk Thijm. 1894/95.