96
LOUISE DE COLIGNY.
beleid, dat voor Maurits de plaats van diens vader opge-houden had; en in 1589 was het wederom Johan vanOldenbarnevelt, die bewerkte, dat der weduwe van denPrins eene gift van 6000 gulden voor haar en haren zoonen van 3000 gulden ten behoeve harer stiefdochters werduitbetaald. In 1592, toen 's lands geldmiddelen eenige meer-dere welvaart begonnen te vertoonen, werd haar door deStaten, op Oldenbarnevelts voorstel, eene rente geschonkenvan ig.000 gulden en daarbij, ten einde haar te bewegenom te blijven en haren zoon in Holland op te voeden, eenhuis te 's-Gravenhage, aan het Noordeinde, het tegenwoor-dige koninklijk paleis. Aan zooveel aandrang kon Louisegeen weerstand bieden; te meer daar met die geldelijketegemoetkomingen een der hoofdredenen voor haren terug-keer naar Frankrijk verviel en Maurits hoog opgaf van wathij voor zijnen broeder hoopte te doen. Het waren beloften,die hij ook getrouw is nagekomen en waarvoor Louise hemdankbaar bleefj al zoude zij Maurits' invloed op FrederikHendriks zedelijk leven later bitter betreuren.
In 1593 vestigde de prinses-douairière van Oranje, zooalsLouise thans algemeen genaamd werd, zich te 's-Gravenhage.Maar de scheiding van Frederik Hendrik kon zij niet ont-gaan. Het was prins Maurits' uitdrukkelijk verlangen, datzijn broeder studeeren zoude aan de universiteit te Leiden,die toen reeds grooten naam begon te maken. Louise hadde opvoeding van haren zoon zelve willen leiden en hadzich zelfs door den geleerden Duplessis du Mornay, den ver-trouwden vriend en raadsman van haren vader en van haren