LOUISE DE COUGNY.
95
Doch in HoHand was men niet van zins haar te iatentrekken, althans niet met haren zoon; en Louise dacht erniet aan om zich te scheiden van: ,,dit pand van eenen„dierbaren vader", „haar steun", „haar eenig vermaak", zooais zij hem in hare brieven noemt. Maar juist die laatstezoon van Prins Willem was voor de Nederlanden eenpersoon van groot aanbelang. Zoo Maurits, op wien thansaller hoop gevestigd was, en wiens leven op zijne gewaagdeveldtochten nimmer zeker was, kwam te vallen, was danniet Frederik Hendrik zijn aangewezen opvolger, nu prinsPhilips, de oudste broeder, nog steeds een gevangene inSpanje was?
Bovendien, zoo goed als in Frankrijk was in Holland deoorlogskans gekeerd. Door de vaste hand van Johan vanOldenbarnevelt, den grootsten staatsman die ooit ons landbestuurd heeft, naast Prins Willem den grondlegger vanonzen Staat, den stichter onzer Republiek, was de ver-warring in alle takken van bestuur, die ons land meer nogdan de Spaansche legerbenden te gronde dreigde te richten,beteugeld; was 's lands financiewezen in beteren staat ge-bracht; was de krijgskas voldoende voorzien om het welniet groote maar goed uitgeruste leger te onderhouden,en was, mede door Oldenbarnevelts toedoen, aan hethoofd van dat leger prins Maurits geplaatst, de held,die het van overwinning tot overwinning voerde. Noggingen deze beide mannen, die zoo heftig verdeeld zoudenraken, hand in hand. Oldenbarnevelt steunde, waar hij kon,de belangen van het Huis van Oranje. Het was zijn wijs