LOUISE DE COLIGNY.
93
„in Frankrijk." Want ook daar woedde de strijd zoo felals ooit. De partij der Ultra-Katholieken, de heilige Liga,wies met den dag in aanzien bij het volk. Weldra was zij,openlijk gesteund door Philips van Spanje, machtig genoegom den koning uit diens hoofdstad te verjagen; en nauwe-lijks had Hendrik 111 zijne troepen met die van den ver-moedelijken erfgenaam der kroon, den koning van Navarra,vereenigd, om met diens hulp zijne oproerige onderdanente bestrijden, of hij viel onder den dolk van eenen sluip-moordenaar. Zijn dood deed de tweedracht nog toenemen.De Katholieken weigerden den gereformeerden troonop-volger als koning te erkennen en Hendrik IV moest zijneStaten voet voor voet veroveren.
Het bericht van de zege bij Coutras, van de overwinningbij Ivry, van de inneming van verschillende sterkten, wareneven zoovele „blijde tijdingen" gelijk zij schrijft, voor deFransche vrouw, die in den vreemde angstig luisterde naarieder gerucht uit haar geboorteland, en die dat eerste„schoone begin" weder verduisterd zag, toen het belegerdeen uitgehongerde Parijs, juist op het oogenblik dat het denkoning in handen scheen te moeten vallen, weder doorParma's legermacht werd ontzet. In groote verlegenheidom geld en troepen zocht Hendrik IV thans steun bij zijnenatuurlijke bondgenooten, de Staten der Vereenigde Pro-vinciën, en de prinses van Oranje scheen hem de aange-wezen tusschenpersoon om de onderhandelingen te voeren.Inderdaad steunde deze op zijn verzoek de zending vanHenry de la Tour, graaf van Turenne, aan de Staten met