8o
LOUISE DE COLÏGNY.
landgoederen, die zij van haren echtgenoot, den sz'gMr deTéligny, geërfd had.
Vijf jaren vertoefde zij er in groote teruggetrokkenheid,levende in hare herinneringen en in innigen omgang metharen broeder Francois, die het voorvaderlijk kasteel teChatillon weder herbouwd en betrokken had. Maar ziende,dat nog altijd de bij den vrede van Beaulieu beloofdeeerherstelling van haren vader uitbleef, dat het vonnis vanhet Parlement, dat hem weinige dagen na den St. Bartho-lomeusnacht eerloos had verklaard en vervallen van denadelstand, nog altijd niet was vernietigd, verliet zij de haarzeer lief geworden eenzaamheid en waagde het, zelve naarhet hof te gaan en op de handhaving dezer bepaling vanhet jongste vredesverdrag aan te dringen. Haar pleidooiwas vergeefsch; de on waardige Hendrik III was er deman niet naar, om eene zaak als deze met eenigen ernstte behandelen. Maar de belangwekkende jonge weduwe hadmet deze moedige daad de nagedachtenis van haren grootenvader weder verlevendigd en daarmede aller aandacht opzich gevestigd.
Het was om dezen tijd, dat haar een huwelijksaanzoekgewerd van Willem van Nassau, Prins van Oranje, sedertkort weduwnaar van Charlotte van Bourbon. Nog steedsvasthoudende aan zijne begeerte naar een verbond metFrankrijk tegen Spanje, wenschte hij zich opnieuw meteene Fransche vrouw in den echt te verbinden; in hoofd-zaak waren het staatkundige redenen, die hem de handder dochter van zijnen grooten medestrijder Gaspard de