6o
CHARLOTTE VAN BOURBON.
behouden: zijn werk was nog niet afgedaan en luide juich-tonen gingen onder het volk op, toen hij twee maandenna den aanslag, nog zwak, maar toch genezende, zijneneersten kerkgang deed.
Maar thans bleek, dat de angst en schrik de reeds onder-mijnde gezondheid van Charlotte van Bourbon onherstel-baar hadden geknakt. Zoolang er gehandeld moest worden,was zij staande gebleven; maar nu dat niet meer noodigwas, zonk zij ineen. „Sy leefde alleen op de hoop van„sijn opkomst," schrijft Lieven de Beaufort, „en nae mate,„dat men daer goede ofte quade verwagting van had, beterde„ofte verergerde sij oock." In 's Prinsen herstel kon zijzich nog verheugen; maar zij was reeds te zwak om hemte kunnen begeleiden, toen hij voor de eerste maal wederin het openbaar ter prediking ging, en daar mede in testemmen met de dankzegging, die dien dag allerwege inalle bedehuizen van het land werd opgezonden.
Drie dagen later reeds, den vijfden Mei 1582, ontsliepzij zacht en kalm in de stellige verwachting, welke die vangeheel haar leven was geweest:
Na 't suer sal ick ontfanghenVan Godt, mijn Heer, dat soet;
Daer nae so doet verlanghenMijn vorstelick gemoet.