JULIANA VAN STOLBERG.
35
Nog geen tien dagen te voren had zij een eigenhandigschrijven ontvangen van Prins Willem, waarin deze haarschreef: „wij zitten nog zoo diep in den krijg als ooit;„heden winnen wij en morgen verliezen wij, zoodat de„vijand over het algemeen weinig op ons vooruit heeft.„Het ware wel te wenschen, dat God ons de genade„wilde bewijzen van ons eenen goeden vrede te schenken;„maar ik heb daar vooreerst geene hoop op; want al de„middelen om daartoe te geraken, die men ons aan de„hand doet, houden steeds in, dat wij van Gods Woord„moeten aflaten en, God lof, dat willen wij niet. Liever het„uiterste gewaagd dan dien schat te verliezen."
Juliana van Stolberg mocht dus heengaan, gerust in dezekerheid dat haar zoon trouw bleef aan het beginsel, datzij haren kinderen met zooveel aandrang had voorgehouden,om namelijk ten allen tijde en onder alle omstandigheden„het Eeuwige" hooger te achten dan het tijdelijke.