Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
24
Einzelbild herunterladen
 

24 JULIANA VAN STOLBERG.

Almachtige moge mijn Heer en de zijnen in eeuwigheid,,behoeden en bijstaan," schreef zij hem in Juni 1573, toenhij bijkans het ónmogelijke beproefde om het benauwdeHaarlem te ontzetten.De goede God moge ons ZijnenHeiligen Geest mededeeien, opdat wij het beseffen, ophoe onderscheiden wijzen Hij Zijne almacht bewijst aanons ailen, Hem altijd daarvoor danken en al onzen troosten onze hoop alleen op Hem zetten; want al moge hetschijnen, dat Hij ons vergeet, zoo zal toch te rechter tijdZijne hulp nabij zijn, want hen, die hun vertrouwen opHem stellen, zal Hij in eeuwigheid niet verlaten. MogeHij dien goeden lieden in Haarlem ook nabij zijn en zebevrijden van al hunne vijanden en u de genade en demiddelen verleenen om ze te hulp te komen en de zakenzoo te sturen, dat zij medewerken tot de uitbreiding vanZijn woord en tot uwer ziele zaligheid."

Maar de poging om Haarlem te ontzetten mislukte enden 21ste" Juli schreef de gravin aan haren zoon Lodewijk:Als de tijding van het verlies van Haarlem bevestigdwordt, wat mij van harte leed zoude doen, vrees ik, dathet den Prins niet goed zal gaan; en hoe beklaag ik aldie arme luiden in de stad, die zoo ellendig vermoordworden. Moge de barmhartige God Zijnen toorn van onsafwenden en ons Zijne Genade schenken." En weldrakwamen onverhoopte tijdingen: Alkmaar had de zege-pralende Spaansche troepen moedig afgeslagen; op deZuiderzee was een roemrijke slag gewonnen; Geertruiden-berg viel den Prins in handen en in Januari 1574 werd