JULIANA VAN STOLBERG.
II
„Iaat u toch niet verlokken door menschelijke berekeningen;„maar bid zonder ophouden uwen Hemelschen Vader om„Zijnen Heiligen Geest, opdat die u verlichte hoe de uit-breiding van Gods woord te bevorderen en dat niet te„wederstaan, maar ten allen tijde het Eeuwige meer te„achten dan het tijdelijke; en al deze dingen kunnen zonder„den Heiligen Geest niet volbracht worden. Daarom is het„noodig te volharden in het gebed, want de Booze zal niet„werkeloos blijven. Moge de barmhartige God dit alles tot„een goed en zalig einde leiden en allen, die het goed en„christelijk meenen, nabij zijn. Ook u beware Hij voor alle„kwaad. Ik zal voor u bidden; laat gij ook niet af in het„gebed."
Dat hare bezorgdheid voor de dingen, die aanstaandewaren, niet ijdel was, bleek maar al te spoedig. De beelden-storm, dat begin van opstand, werkte noodlottig op hetverbond der edelen, waarvan velen zich terugtrokken uitergernis over zoo groote buitensporigheden, die ook deLutherschgezinde Duitsche vorsten vervreemdden van eenezaak, hun reeds verdacht om de Calvinistische strooming,die in deze landen de Hervorming beheerschte. In zijneverbolgenheid over het gepleegde wanbedrijf zond koningPhilips van Spanje den hertog van Alva met een machtigleger naar de Nederlanden, om ze met geweld van wapenentot onderwerping te brengen. Bij scharen verlieten deHervormden nu het land. Ook voor Prins Willem en zijnebroeders was thans geen blijven meer. Zij weken nogjuist in tijds; weinige dagen na hun vertrek werden de