Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
9
Einzelbild herunterladen
 

JUUANA VAN STOLBERG.

9

Maar dat kon de gravin van Nassau nog niet voorzien,toen zij het jonge paar te Breda bezocht en daar getuigewas van de pracht en de heeriijkheid, waarmede de machtigeedeiman zich kon omringen. Dezen ging intusschen de ernstder tijden dagelijks meer ter harte, al hield zijne ver-houding tot het Spaansche hof hem als aan handen envoeten gebonden en al begreep hij toen reeds zeer goed,dat hij 's konings zijde niet verlaten kon, tenzij dan metverlies van al zijne rijke bezittingen en hooge ambten,misschien zelis van zijn leven. Maar de hernieuwde omgangmet zijne moeder gaf aan de indrukken zijner jeugd wederleven en gloed. Het was kort na haar bezoek, in 1564, datPrins Willem in den Staatsraad met vurige taal in verzetkwam tegen de voorgenomen invoering der Inquisitie inde Nederlanden, tegen de bloedplakkaten, tegen de ver-volging om den geloove. Zooals te verwachten was, werddesniettemin door koning Philips de invoering der SpaanscheInquisitie doorgezet, een besluit dat, als ten eenemalestrijdig met de oude privilegiën, het gansche land in gistingbracht. De voornaamste edelen, Roomschen en Onroomschen,vereenigden zich vol verontwaardiging in een verbond totwering dier gehate instelling en het was gravin Juliana'slievelingszoon, de ridderlijke Lodewijk, die het beroemdeverzoekschrift opstelde, dat den 5^'" April 1566 door drie-honderd edelen in plechtigen optocht der landvoogdes werdaangeboden. Deze stap had grooter gevolgen dan de ver-bondenen zelven konden voorzien. De om de felheid dervervolging zich schuil houdende Protestanten vertoonden