VOORWOORD
et is bijna vier jaar geieden sedert ik de eerste serie van dit werkinieidde en die inieiding stoot met de hoop uit te spreken, dat mijde stoffeiijke huip zou geschonken worden om een tweede serie vanKwartierstaten op deze eerste te kunnen iaten votgen, voor weike ikbij mijne onderzoekingen de stof had verzametd.
Die hoop is thans verwezeniijkt en de tweede serie der „Kwartferstaten vanNederfandsche Kathoüeken" gaat hiermede de wereid in.
Na de uitvoerige toetichting van het doe), van de samensteiiing, van de inrichtingen tot-stand-koming van het werk, die ik gaf in het „Voorwoord" tot de eerste serie,zat het wet niet noodig zijn een en ander hier nogmaats te herhaien.
De werkwijze, weike ik toen voigde, heb ik ook thans weder in toepassing ge-bracht; en in weerwi) van de moeite, die mijne geachte medewerkers en ik hebbenaangewend, hebben wij in de meeste staten open ruimten moeten iaten, die wij nietkonden aanvuiien.
Daartegenover staat, dat wij er in gestaagd zijn verscheidene ieemten aan tevuiien, die ik in tai van staten der eerste serie heb moeten iaten ; en in een „aan-hangsei" aan deze tweede serie wordt daarvan mededeeiing gedaan.
Behaive dit „aanhangse!" heb ik de rubriek „aanvuiiingen en mededeeiingen"beiangrijk uitgebreid; zij bevat in de eerste ptaats dat, waarmee deze of gene staat,nadat hij was afgedrukt, moest verbeterd of vermeerderd worden.
Maar ook heb ik onder deze „aanvuiiingen en mededeeiingen" opgenomen vee)
van hetgeen ik bij mijne onderzoekingen vond betreffende de famiiiën, van weiker iedeneen kwartierstaat in dit werk is opgenomen, of betreffende aanverwante gesiachten.
Daardoor is die rubriek zeer uitgebreid geworden, maar — naar ik meen — dewaarde van het werk voor aiien, die zich met geneaiogische nasporingen bezighouden,ook ten zeerste verhoogd ; immers, hetgeen ik hier pubiiceerde, is het resuitaat vanjareniange nasporingen op verschiiiende piaatsen en, voor zoover mij bekend, werd hetnimmer door den druk tot gemeen goed gemaakt.
ik meen door deze uitbreiding van het „bijwerk" deze tweede serie nog meerdienstbaar te hebben gemaakt aan het doei, dat ik mij bij deze uitgave voor oogenheb gesteid : het meer bekend maken van de Nederiandsche Kathoiieke famiiiën.
Men zai zien, dat ik daarbij de beteekenis van „Nederiandsche" niet ai te engheb genomen; van personen uit famiiiën ais de VAN CAMPENs, de OsYs, de OumEusDENs,die van besiist Noord-Nederiandsche afkomst zijn en die sedert eeuwen in de Noorde-iijke provinciën woonden, heb ik daarom staten opgenomen: het feit, dat zij zich iaterin het tegenwoordige Beigië vestigden, deed hen hun Nederiandsch karakter niet zoodadeiijk veriiezen.
Voor de fouten en tekortkomingen, zonder weike een werk ais dit niet goeddenkbaar schijnt te kunnen zijn, nameiijk voor die, weike niet in de aanvuiiingen enverbeteringen zijn hersteid, bied ik den iezer mijne verontschuidiging.
Het iigt in mijn voornemen mijne onderzoekingen voort te zetten, in de hoop, dateen derde serie deze tweede voigen mag.