velden en gaarden was ingezameld, ging men van den eenen burg naar den anderen, en verteerde den voorraad in vrolijkefeestgelagen. Dan oefende men zich in kampspelen met zwaard, strijdlmots en lans, maar meest geliefkoosd was dejacht, waaraan men zich, als zooveel edeler spel dan thans, met meer drift overgaf. (Geld. Volksalm. 1838 p. 99.)
Vroeger waren er te Didam vele oude adelijke huizen. De Meursentoren of Bergvrede, in 1609 afgebroken,achtte men van zeer ouden, waarschijnlijk zelfs van Romeinschen oorsprong. Verder bloeiden er Baarle, Doornvest, Hees,Kerkhoven, Leenhorst, Nevelhorst, Oldengoor, Schadewijk, en Tinsenberg. Alleen de Heegh en Loil zijn in stand geblevenen prijken met schoon geboomte.
Behalve het dorp Didam, bevat de gemeente de buurten Dijk, Loil, Holthuizen en Greffelkamp. (P. H. WiTKAMP.Aardr. Woordenb. Didam).
Wij zien dat RoLOFF VAN LYNYPE JoRiszooN in 1382 een geheele waardschap in Waverloholt onder Didam kooptvan BïRXT VAN DuvEN (7), dat WERNER VAN LENNEF de oude in 1403 beleend wordt met „die Goer" (156), dat JoRisVAN LENNEPE WERNERSz. in 1413 is beleend met Else en met Goer (157), WoLTER VAN LYENEF iu 1410 is beleend methet Hessensche goed (158), WARNER WARNERSZ. VAX LEXEP in 1451 wordt beleend met Vinlcwijk, WALRAVEN VANLENNEPin 1456 met Schadewijk en JoHAN VAN LEXXEP in 1452 met „den Klumpener". (35)
Ook de eerst in Gelre aanwezige VAN LENNEPPEN hebben denzelfden rang als de Kleefsche en Bergsche leden vanhet geslacht. Opmerking verdient, dat, al waren de v. L. geen Zutphensche Bannerheeren, en al compareeren de meestenals leenmannen, naast elkaar onder de edelen worden genoemd RoELOF VAN LENNEP en RoELOF VAN LENNEP bastaard(n° 701). WiLHEW VAN LENNEP en WiLHEM VAN LENNEP bastaard (698"), waaruit blijkt, dat de leden van het geslachtalthans den rang moesten hebben van vrijheer. *) Direct kan daarvan moeilijk blijken, omdat het praedicaat „Baron" toenniet werd gevoerd, en zij als zoodanig niet in de ridderschappen konden worden verschreven, doch slechts als ridder-matigen, die op het land woonden "). Trouwens reeds spoedig werd zelfs aan Bannerheeren geweigerd als afzonderlijkenstand op Land en Quartierdagen te verschijnen. Non usus doet echter geen rang verliezen °).
Het valt niet te betwijfelen, dat het geslacht tussclren 1400 en 1600 een veel grooter uitbreiding had, dan deakten aantoonen. Het onderzoek bleef echter alsnog onvolkomen.
Thans volge een korte toelichting tot de m. i. volgens de akten linea recta ascendenten van mijn overgrootvaderMr. DAVID JACOB VAN LENNEP, (1774—1853).
I. JORIS VAX LENNEP (van p. 128) noem ik als eerste, omdat, hoewel er wel iets voor pleit hem broederte noemen van RoELOF VAX LENNEP JoRiszoox (zie p. 12, noot) dit alsnog onzeker is. JoRis VAN LENNEP VAX ELZERGUET(p. 129) heet DE JoxGE, waarschijnlijk in tegenstelling met dezen. Zijn zegel behouden aan n° 703. Zijn geboorte testellen + 1360.
II. JAN VAN LENNEP, wiens geboorte te stellen is ± 1390. Richter van Loei en Milsterholt (Didam)
(p. 129). VAN SPAEX kende de door mij aangegeven akten niet. Zijn vrouw VAN HELBERGEN, waarvan de broeder PALiCKenkele malen genoemd wordt. Haar wapen in de Ooll. van Attevelt. Gem. Areh. Utrecht. De voornaam JAN (JoHAx)
komt hier het eerst bij de Geldersche v. L. voor. Zijn zegel mede behouden aan n°703.
III. HENRICK VAN LENNEP, knape, richter te Epe (p. 130). Zijn geboorte te stellen ± 1430, de naamzijner vrouw onbekend. Zijn zegel behouden aan n° 69, voor een paar jaar nog fraai en ongeschonden, thans zeer ge-schonden. Uit de gevonden akten staat absoluut vast, dat HENRICK de zoon van JAN en de kleinzoon vaii JoRis was.
IV. WARNER VAN LENNEP HENRICKS, 1483/84, man van leen, 1500, 1501, Gerichtsman te Heerde. (van
p. 131) „HEXRICKS" vermoedelijk in tegenstelling met WARNER VAN LENNEP JoRisz. en WARNER VAX LEXXEP WARNERSZ.VAN SpAEX noemt als zijn vrouw GEERTRUiD VAN DooRN, JAN en GEERTRUiD VAN WiJCK dr„ met wie hij volgens akten° 77 met huwelijksvoorwaarden gehuwd was. Hij schijnt te Arnhem te hebben gewoond, immers compareert aldaarvoor schepenen, en had goederen te Didam, welke liij van zijn vader en moeder had geërfd en deels ook had gekocht.
VAN SpAEN noemt als zijn kinderen 1° GERRiT, 2° Ax'roxY, 3° JoHAXXA, tr. a. WiLLEM VAX MuYLicKOii, b. GusBRECHT
VAN DoMPSEi.AER. Het is THopgK/l', dat WARNER niet de zoon is van HENRicn JANSZ., maar van HEiNDRic RoELOFSz. (vanp. 129). Voor de laatste opvatting schijnt de i?:7;oM<7 van akte n° 66 te pleiten. Behoudens deze onzekerheid, meenik, dat overigens het bewijs van afstamming voor de opvolgende geslachten volkomen geleverd is.
1) Edelboortig zijn, die gekomen zijn van een vader wiens geslacht van ouds voor edel was bekent, ofte door de landsoverlieid edel was gemaeckt. Hij segghen ghekomen,te weten wettelick, 't en waer bet waren speelkinderen van graven ofte vrijboeren, dewelcke mede voor edelluiden werden erkent. IlUGO DE GROOT. In!. Dl. XIV § 3. 4.
2) D'AnLAiXG VAN GiEssENnuRG. Ridderschap van Yeluwe XX.