Ei
VIII
INLEIDING
De stamvader van de Keulsche hoofdlinie is Hildebrand de Linep, die in de grondbelasting-lijsten van St. Martin tweemaal wordt genoemd naast Eilbrecht en Reginzo de Linep, welke echterniet in nader verband tot elkander kunnen worden gebracht. Heinr. von Loesch (Die KölnerKaufmannsgilde im 12^" jahrhundert, 1904, pag. 27 vlg.) bewijst, dat de door Hoeniger uitgegeven,door hem zoogenoemde Grootburgerlijsten, hoogstwaarschijnlijk als grondbelastinglijsten van hetkerspel St. Martin beschouwd moeten worden. De daarop voorkomende Hildebrand is overeen-komstig het gebruik van de middeleeuwsche naamgeving, als grootvader van den Hildebrand, diemet Uda Rufa, dochter van Lodewijk van de Mühlengasse, getrouwd was, te beschouwen. Diensstam kan men door de hier achter volgende oorkonden, tot in bijzonderheden nagaan. Een vanHildebrands zonen wordt Johan van Rodenburg genoemd, terwijl de meest bekende zoon de Doctordecretorum, Lodewijk de Wijze (Sapiens) is, welke naar zijn moeder Lodewijk van de Mühlengasseheet. Deze Dr. Lodewijk van de Mühlengasse had Jutta van Undurtens tot vrouw; naar haarheet hun zoon Johan van Undurtens, een knaap, (armiger), die nog in 1338 leefde. Een derdezoon van Hildebrand heet Gotschalk, wiens zoon Johan van Rodenburg slechts twee dochtersnalaat. Van eenige afstamming van den vierden zoon Hartlivus, die met Mathildis getrouwd was,vinden wij niets.
Twee stamtafels zijn op pag. 88—90 afgedrukt. Een verkorte stamboom heeft F. Lau in de„Mitteilungen aus dem Stadtarchiv von Köln" 26 (1896) pag. 129, gepubliceerd.
Keulen, Maart 1927.
Prof. Dr. H. Keussen.