daaruit aheidcn, dat Petrus voor zijne gevangennemingniet te geweest zij ? Maar hebben wij met reeds
het tegendeel aangetoond ? — En dan die uit val, eenendusdanigen verfoeijelijkcn en afvalligen schrijver waardig,als wij hem hooren beweren, dat zich Petrus ongetwij-feld onder hen bevond , die te ^niioeA:'ë ergernis gaven,van welke ATitntf. XV. gewag wordt gemaakt. "Welk eenvermetelheid van eenen tijdrekenkundige, die toont hareeerste beginselen niet te kennen! AVie toch heeft hem ditgeleerd ? Op welk gezag of op welke vooronderstellingzelfs durft hij den Vorst der Apostelen deze lastering aan-wrijven? Trouwens laster is het — valsch en onbeschaamd!— En wordt het niet belagchelijk , als hij vervolgens No.33 , beweert, dat Herodos, Petrus tot in C<x'sa?*c<%heeftvervolgd ? — Van waar toch komt hij op het denkbeeld,dat Herodes deswege naar Ccrsarea vertrok, om Petrusto vervolgen ? Immers dit alles is verzinsel, wat mij be-treft, ik koude, dat niet aanstonds na Petrus ontsnap-ping uit do gevangenis, Herodes in Cwsarea overledenis; maar eenigentijd daarna; dat Lucas echter, om al-les wat dezen Honing betreft zamen te voegen, in eenendraad voortging en zoodoende datgene , wat eigenlijk tot zijndoel behoorde, dadelijk dcod volgen , dóór de geschiedenisvan Herodes dood.
Ilct jaar van het yern:aJenMcAc Co?:c:7m is het 9e vanClaudius , het 49e van Christus , gelijk wij vroegerhebben aangewezen. Of Petrus vóór of het Conciliedoor Paulus berispt werd, doet niets ter zake. — A. d.D. houdt het voor uitgemaakt, dat het 14e jaar , van het-welk CaJ. II. gesproken wordt, van Paulus bekeeringaf moet gerekend worden, hetwelk wij hebben aangetoond,het 17e jaar te zijn. Ook Paulus, schoon hij na hetverhaal der in liet 14e jaar voorgevallene zaken , dat vanzijnen twist met Petrus laat volgen, duidt geen' bepaal-den tijd aan. — Eindelijk, schoon wij beweren , dat deze