74
was gedood geworden, hoe spoedig vond men danniet een ypez/scArf/? voor denzelven ?"
ELLENDORF bevestigt hierdoor tevens zijne volslageneonwetendheid in de Romeinsche geschiedenis. DeRomeinen waren, zoo als bekend is, in geen punt mil-der, dan in dat jegens de dooden en hunne graven. Iloe-vele opschriften heeft men niet uit de eerste tijden;hocvele gcdenkteekens zijn er niet te 7?owc gevon-den ? De Heidenen verweten het zelfs aan de onze,dat zij de graven van hunne geliefden niet beter metbloemen of kransen versierden (1) ; hoe konden zij ditdoen, indien de Christenen niet eens graftropheënmet opschriften oprigten mogten ? rnuDEKlius zingtin het Iïymnus z'n .*
71os OMez.
e/ ,
Nzzjca:
ZzyzzzJo spzzrg'czMMS oJore.
TERIUELIAüfRS , een Afrikaner, geboren omtrent hetjaar ICO, een vruchtbare Schrijver en geduchte kamp-vechter tegen de ketters, gestorven in het jaar 240 ,geeft de beste getuigenissen voor de Apostolische stich-ting der kerk te A?oMe door PETRUS. Wat zoudenzijne tegenstrevers geschreeuwd hebben, indien hijop valsche overleveringen of onechte oorkonden ge-bouwd had? In zijne schrift Je,Coy. 27 , meldt hij niet alleen, dat PETRUS CLEMENS,als opvolger in het Roomsche Bisdom benoemd heeft,maar hij prijst de Roomsche kerk deswegen gelukkig,
(t) Rij Minunus TEMX zegt CAïcnars : B Corona? fZt'nnt 3f/)K&w
dc/«g'aZz'?." Vergelijk TERTt'LMAsrs, Je Corona Cey. S.