Nu geduld waaide lezer! om de zotternij van ELLEX-DOKF aan te lioorcn. n Nemen wij aan, dat die getuigenisa?^Ae/^At'eA is, dan nog bewijst het volstrekt niets.Deze zullen gewis graven geweest
zijn. Maar wie zegt, dat deze gcafcM^/eeAene?^ rfcr^pos^e/en, de graven van PETRUS en PAUEUS zijn ge-weest ?" — Kan dit iemand vragen die deze plaats inEUSEBius gelezen heeft ? — Eerste onzin. — Laat onsverder hooien : » Beschouwen wij echter de getuigenisvan CAJUS van naderbij, dan komt het ons wegens tln-?te;Vy'Ae Aen^ecAcnen vóór, zeer weinige waarde te heb-ben. Hetzij toch deze yea'enA/ee^enen seyeifeeAeneMof graven aanduiden, het blijft even onwaarschijnlijk,dat in het /^a^'eann , nevens de ^vnnfgvnvcn dersciPio's; dat, langs den weg naar 0.sVfa, aan denopenbaren weg , e?e g^vaven der ^/pos/e/en zijn ge-sticht geweest, en met op.scAvf/i'ew geprijkt hebben ;in eenen ^ J, in welken ve?*vo/§rngm woeeMen,in welken graaniv ?neezvna/en rJc Ae/ Aen cfei*CAvt's^enen vc;*rvoes//e, zoodra het die gewaar werd,en niets ongeschonden liet, hetgeen aan dezelve hei-lig was; in ee/;cM /f/W, in welkende Keizers en hunneambtenaren al hun vermogen aanwendden, om dennaam CAvM'^eMe/: uit te delgen." — Men vergelijkedit met hetgeen EHEXDORF bl. 96 over het ontstaanvan het verdichtsel, dat PETRUS te Z?owe gestorvenis, geschreven heeft. Wij zullen de woorden nogeenmaal herhalen, om de tweede onzinnigheid blootte leggen. »Zulke verhalen ontstonden ligtelijk. PAU-Eus was te gestorven, zijn graf was aldaar.
Indien (NB.) honderd jaren daarna te Zto?we iemandop den inval kwam te zeggen, dat ook PETRUS aldaar