cus heeft in het GWcAscA geschreven, Jus zeker nietvoor de Z?MKeiMen." — In welke taal heeft PAH.esJan zijnen brief aan Je ^oweMCM geschreven ? ver-stonden zij 6?ezeM hi het Grieksch, waarom dan nietook het van den II. MARCUS ? (1) —
O dwaashoofd!!
CZ.M/jE'.y.y
Tot de edelste en geleerdste Kerkelijke Schrijversvan het einde der tweede eeuw behoort CLEHEVS,leermeester van de schoof, waaruit
zoovele groote geleerden voortgesproten zijn. YV ijhebben verscheidene geschriften van hem , vele zijnechter door de duur des tijds verloren gegaan. Yande thans verlorenen waren tot EUSEBIUS , HIERONYMUSen andere Schrijvers van de vierde en vijfde eeuw noggekomen de Fypo/y^o.se?: of 7Ksf:7MA*OMeM in achtboeken. Uit deze levert EUSERius in zijne Kerkelijkegeschiedenis eenige fragmenten , waaronder er een isover de ff er JPfow^eJfëK, bij in het YI
Boek, 14 Hoofd, te vinden. Daarin wordt gemeld:»Met het vervaardigen van het Evangelie van denII. MARCus ging het als volgt: toen PETRUS openlijkteZFoiwe gepredikt, en door den II. Geest aangespoord, lietEvangelie verkondigd had, verzochten velen aan MAR-cus, als reisgenoot van den H. PETRes, en die zichzijne redevoeringen volkomen herinnerde, om datgene,wat PETRUS gezegd, had op te schrijven. Zoo schreef dusMARCus zijn Evangelie en gaf het aan diegene , welkeer hem om verzochten. Toen PETRUS dit vernomenhad , heeft hij het noch opzettelijk verhinderd, nocher hem toe aangespoord."
(1) Vergelijk onze .CpM'1. Ja /z'nyMa tWMncM&t jBsn cnmsT! elncfale. cn jPropempli'cMHt. jUogMnn'Hc 1833.
<