60
Onzen EHENDORF komt ook het zwijgen van IGNA-Tius opmerkelijk voor. n Gelijk deze nergens daaropwijst, dat hij de opvolger Tan PETRUS , den eerstenBisschep van .V/VfocAfë geweest is, zoo maakt hijook in zijnen brief aan de V?owefaen met geen enkelwoord melding Tan PETRUS, als den grondvester hun-ner gemeente, als den eersten Z?fsscAop van V?o?ne.". — Waarom zou iGNATius zich op iets beroepen heb-ben , hetwelk toenmaals door niemand tegengesprokenwerd, en waartoe hij in de eerste plaats gcene aan-leiding had ? In den brief aan de Vragers groet hijdeze: z'w apos/oA'co cAararVere. Zou dit niet opde Apostolische opvolging duiden ? In den brief aande Romeinen wordt gezegd: VA óereeJ ?Ve/,
zooa/s .PA'yiRtrs en zy wapen ^Vpos/e/cu,
z'A óen een reroorVeeóVez?) waren tzv) , fA eeneen sóaa/*, /o/ op Vezen Vay. EnENDORF voegt bij deeersten woorden nog : VA rerzoeA n/feVen efecA^e , omop deze wijze minder nadruk te hechten aan de woor-den : Zooa/s PArnM en gedaan hebben.
Zelfs de ingelaschte brieven dulden dit invoegsel niet.Men moet in het algemeen bekennen, dat ELLEXKORFhet in den letterkundigen smokkelhandel ver gebragtheelt. Hij weet ten gunste van zijne zaak in te las-schen en uit te werpen , zooals hij in de boven aange-voerde plaats het woord PETRUS als ingesmokkeld af-wijzen wil.
yPiSTVAPy.
De H. Martelaar JUSTINUS moet voor het gevoelenvan ELLENDORF een nieuwe getuige zijn, wijl hij Kt'e/szegt. In zijne I. .VpoóogVe, welke hij den Keizer