Druckschrift 
Jan Luyken en zijne bloedverwanten
Entstehung
Seite
XXIX
Einzelbild herunterladen
 

LEVENSBERICHT.

XXIX

hem bleef troosten, tot hij den 5 April 1712, des avonds tusschen 6 en 7uur, in tegenwoordigheid van zijne schoondochter en van zijnen klein-zoon stierf.

Zijne begrafenis schijnt eenigslnts geregeld te zijn door de uitgeversWed. P. Arentsz en K. van der Sys, voor wie hij veel had gearbeid;althans door hen is het begrafenisbriefje onderteekend.

„Jbmo 1712. TPaawday den 71 ^Iprd ?,twd KE. 7e?*

„Beyi'fwmyg wsoy7 wg7 Joawwes ZwyAigM, w de P7rgc7t7ac7MdwiW'.s-,,.s7t'a;a!7 &y dew UtMMew ^4bM7e7. ^47s rrtewd Mi 7tMys 7e &ow.eM out„(IzoMder eewty wr^Mytit) voor 7wee Mwrew 7e syw 7w de Wetwe^/d.sAapg7.

ChojE. MCM?M ^o7 yeJeaew ?oorden."

Het nu nog aanwezige exemplaar was bestemd voor „?wo?M IM77Msorde 17My7er".

Overigens schijnen de nagebleven betrekkingen eenige hulp in hunnebemoeyingen te hebben ondervonden van Albert Luyken, over wienhiervoor omstandig werd gehandeld. Wij vinden althans vermeld:

„8 ^pri7 1712 door ^47&er7 Ltty^w voor Jo7MMwes Lwy&ewvoor,7:e7 ree7d MM 17eyravew &e7o:a7d ƒ3.—

Terwijl wij verder vinden :

,11 ^4p?*77 1712, TVMmoazTy'ds Capo7. Beynzww ggw MMM JoowiMg,Lwy7;6w, etwtp7 Mt7 de ?77ree7dse7ied!tws7r%a:7 &y de UiMweM ^tws7e7,

J15.-."S8)

Indien hjj ook al niet in geheel bekrompen omstandigheden is over-leden zoo schijnt Jan Luyken toch weinig te hebben nagelaten; zijn Le-vensbericht zegt zelfs dat alles bestond in een weinig huisraad en tweegeëtste platen. Ook werd nog een bundel onuitgegeven gedichten gevon-den, welk handschrift in het bezit kwam van Luyken's vriend DaniëlBellinckhuys, daarna van diens weduwe, eindelijk van de zuster van dezelaatste. Aanvankelijk werden van die gedichten eenige copyen in hand-schrift gemaakt, later werden zij gedrukt en met gravures van Cornelisvan Noorde in 1767 uitgegeven onder den titel „7te7 Overv7o^yeKo! 17^r7g."

Een der bovenvermelde afschriften bevat behalve de later gedruktegedichten nog een tweetal door Jan Luyken vervaardigd. Het eene isdeels Hollandsch, deels, namelijk liet laatste couplei, Duitsch, „op & %ƒ-yaw de persooM ew d7er7«f;-e .sc7;,;-7/7eM MM de% 7<ooyve?-7?p7eM,,.7%co7i 7M7uH,f." Het andere is een „yees7e7y&^7ed eewe .S'oMdoen.s„docA7e; ", die door Jezus uit het heidendom wordt uitgevoerd; het be-staat uit 61 coupletten en is kennelijk eene variant op het gedicht vanTonis Harmansz van Wervershoef die het in de tweede helft der 16**'eeuw vervaardigde. "") Vele regels, soms geheele coupletten zijn daarvan

ss) In het bezit van den Heer J. Ph. van der Keiien.

SS) Zie pag. XTI.

S') Quohier van het recht op de begravingen.

ss) Begrafenisboek van de Nienwezijds Eapei.

ss) Verzameling G. P. v. E.

s°) J. A. Aiberdingk Thym, Bioemiezing over oude Nederiandsche dichters, 1850.