XXX
LEVENSBERICHT.
overgenomen, hier en daar zijn er coupletten tusschen gevoegd. Na het49*'° zijn er in het origineet nog siechts twee coupletten vermeldende datdes Soudaens dochterkyn werd gedoopt, zoodat de geheele periode vanden terugkeer van Jezus er nieuw bijgemaakt is.
Eindelijk bevat het handschrift nog een gedicht: „oji 77 pgiynyw?„pan da dewydryAe doyhu* pan EKed, ye&orgw 30 JfyiMnaand
„7057 door Jan Lay/rgw, den .jon^ den MehMoon van den onden Jan„LnyAen." Zij was dus verbonden gebleven aan de familie van harenvroegeren meester, en door deze werd hare aanhankelijkheid nog inharen hoogen ouderdom kennelijk op prijs gesteld.
Zooals hiervoor vermeld is, overleed deze jonge Jan Luyken in 17C4en werd toen zijn boedel verkocht, zoodat het zeer waarschijnlijk is, dathij zonder nakomelingen stierf.
9') De liandteekening snb 2 ia die van de acte van 1652, doei) komt voigengmr. de Roever geheel overeen met die onder het testament van 1619.