1
11
door bij Fleurus door den vijand heen te slaan (29 Augustus 1622), aan welke overwinning Herman Otto, LuitenantGeneraal der ruiterij, en een Hertog van Saxen Weimar een voornaam aandeel hadden. Hij nam deel aan meestalle belegeringen onder Prins Frederik Hendrik en volgde in 1626 Starkenbosch op als Commissaris Generaal derkavallerie. In den nazomer van dit jaar werd hij niet ver van Kalkar bij den Rijn door den vijand aangevallen engevangen genomen. In 1629 kreeg hij bevel van Prins Hendrik om, met een voldoende krijgsmagt, den oever vande Waal te dekken en een wakend oog te houden op den IJssel, met de uitgebreidste volmagt, om te doen watde omstandigheden voor 'slands dienst zouden vorderen. (Bosscha, Heldendaden te Land I, 411, 421, 451.)
2. GEORG ERNST, Graaf van Limburg Stirum, Heer van Wisch, Lichtenvoorde en Wildenburg.
De datum van zijn geboorte onbekend.
Hij stierf in 1661.
In eerste huwelijk was hij met Magdalena, Gravin van Bentheim, in tweede met Sophia Margaretha, Gravinvan Nassau Siegen getrouwd. Zijn eenige dochter Maria Magdalena, uit den eersten echt, huwde met HendrikGraaf van Nassau Siegen.
In de commissieboeken op het Rijks-Archief komt Georg (Jurian) Ernst voor, van 1625 tot 1654.
In 1641 benoemd tot ((Sergeant-Majoor (Majoor) te peert.)) Hij moet Kolonel der kavallerie zijn geweest, maardit is tot nu toe niet gevonden.
In de Leeuwarder Courant kwam destijds een merkwaardige brief voor van Johan Maurits, Graaf vanNassau Siegen, aan Sophia Gravin, van Limburg Stirum, zijn zuster, welke weinig bekend en om zijnebelangrijkheid wel der moeite waard is hier overgenomen te worden:
((De vierde Stadhouder van Friesland, Willem Frederik, jongste zoon van Ernst Casimir en echtgenootvan Albertina Agnes van Oranje, die een bekwaam krijgsman was en een uitstekend karakter bezat,regeerde van 1640—!6ó% In wijnmaand van dat jaar verloor hij binnen Leeuwarden het leven op eenenoodlottige wijze, want bij het beproeven van een raderpistool, zullende dienen op zijn voorgenomenreis naar Westphalen, ging het schot af en trof hem dermate in het aangezigt, dat hij drie dagen daarnaaan de gevolgen der bekomene wonden overleed.))
De Veldmaarschalk Johan Maurits van Nassau was ter begrafenis geweest van dezen zijn neef,en op den 6" Januarij 1665 de terugreis zullende aannemen, had hij het ongeluk, gelijk bekend is,met een gedeelte van zijn gevolg te Franeker van een oude valbrug in het water te storten, doch werd metde zijnen uit het doodsgevaar gered. Hij schreef kort daarna aan zijn zuster de Gravinne van LimburgStirum, echtgenoote van Georg Ernst, den volgenden brief:
Welbeminde Zuster!
UEd. schrijven van den 19° Januari hebbe ick wel ontvangen, bedancke haar gansch dienstelyck voor ditchristeiyck mededoogen 't welk zij over mijn overkomen ongeluk heeft willen betuijgen, de Heere alleen heeft mijbij 't leven behouden, want hoe langer ick dien gruwelycken val naedencke ende dien grooten langen tijd dat ikonder water lag, onder de voeten van zes woedende paerden, welke in schrick en benautheijt waeren en om haerselven te redden beten ende sloegen, insgelycken die vijf menscnen, welcke over ende door malkanderen lagen,