Druckschrift 
Stamtafel der Graven van Limburg Stirum
Entstehung
Seite
9
Einzelbild herunterladen
 

9

Kuit het boekske waarin zijn geloofsbelijdenis en verder geestelijke aandacht met de pen stonden beschreven)), ishij tot de Hervormde Kerk overgegaan.

Het kasteel van Stirum bij Mülheim a./d. Roer kwam na het kinderloos afsterven van Ernst Marie Graafvan Limburg * Stirum te Frankfort a./M. in 1809, aan de zuster zijner echtgenoote, de jonkvrouw (Freiin) MariaMargaretha von Humbracht, die universeel erfgename werd, volgens acte van 29 Januari 1808 te Frankfort a./M.gepasseerd. Zij verkocht al haar bezittingen aan den rentmeester van Stirum, Doctor Philip Marks, destijdsKeizerlijk Leendirector.

In 1857, bij schrijvers eerste bezoek aan het kasteel van Stirum, heeft hij een^vangenoemde^rentmeester ,den Gerichtsrath Marks (voor een achtste deel erfgenaam in Stirum) ontmoet; hij droeg den naam van Heervan Stirum en woonde, in zijn betrekking aan de regtbank, in een gedeelte van het groote aloude slot Droich,waar de regterlijke heeren ook vaceerden.

Het kasteel van Stirum door een Franschen uitgewekene Tourbillot bewoond, die er den landbouw uitoefende,bestond toen nog geheel als in vroegeren tijd, met 400 morgen land. De ridderzaal was nog vrij goed onderhouden: zeergroote portretten versierden de wanden. In het ouderwetsche lichtblauwe behangsel waren vakken uitgespaard,waarin de portretten aangebracht waren; daar boven prijkten de wapens der respectieve Graven en die hunnerechtgenooten. Het archief was een toonbeeld van de grootste wanorde; perkamenten van bijzondere waarde warenverdwenen. Eenige der overgeblevenen werden den schrijver geschonken; de schilderijen, wier treffende gelijkenissenopvielen, waren echter niet te koop. Zij zijn naar Amerika medegenomen, bij gelegenheid van het huwelijk vaneen der erven, met name Schuiten, die zijn huwelijk met een Amerikaansche schoone luisterrijk op het kasteelvierde (omstreeks 1860). Het behangsel der ridderzaal met de daarin geschilderde wapens zijn eigendom gewordenvan schrijver dezes, benevens vijf merkwaardige schilderijen uit het behangsel, voorstellende: de kasteelen vanLimburg, Stirum, Borkulo en denkelijk Wisch en Ghemen.

Bij zijn laatste bezoek in 1876 vond de schrijver het kasteel van Stirum in een boerenhofstede herschapenmet 30 morgen land, inwendig niet meer kenbaar en uitwendig ook op het punt van te worden vernieuwd;het staat nu daar als een overblijfsel van vroegere grootheid, nederziende, als het ware met een blik vanverontwaardiging, op de ijzeren banden, die in de gedaante van spoorwegrails het geheel omsluiten.

* Ia eene acte van het jaar 1774 teekent Ernst zich: ((Ernst Marie mitregierender Graf zu Limburg, Erbe in Holstein, Dohmgraf zu Cötn.aVolgens Dr. Schiilin te Frankfort a./M. ontving Ernst een schadevergoeding van Wurtemberg, van frs. 12000 voor het verlies derheerlijkheid Oberstein a /d. Nahe, naar een rijksbesluit van 1803. In dit jaar ging hij over tot de Evang. Luthersche Kerk. Ernst stierf op reisnaar Frankfort, alwaar hij in den echt zou treden met zijn schoonzuster Maria Margaretha, 1809.