83
Do bescheiden aan de zijde van Van Waesbci'gc, waardoor dienshandelwijze welligt in een heter licht zonde verschijnen, ontbrekenmij ten eenenmale. 11: kan evenwel niet nalaten te doen opmerken,dat het octrooi op de „Dictionaire Frangois-Flamen" en „Den Schatder Dnytsclier Tale" der Van Waesberghe's veel vroeger dagteekentdan het in den twist van Naeranns en Van Waesberge aangegevenjaartal van 1648, en het op dit jaar vermelde octrooi slechts alseene vernieuwing van de vroeger verleende octrooijen te beschouwen is.
Jan van Waesberghe te Antwerpen had aireede met het uitgevenvan een Dictionnaire aangevangen, en was dit werk telkens verbeterden vermeerderd, en met een nieuw octrooi voorzien door zijn'zoon Janen zijne kleinzonen Johannes, Isaük en voornoemden Pieter voortgezet.
Het is te vermoeden, dat Pieter, naijverig op dit werk en dedaaraan verleende octrooijen, de uitgave eener andere Dictionnaireals eene inbreuk in zijn regt beschouwd en dat de regterlijke rnagt,aanvankelijk zijn regt erkennende, hem ondersteund heeft.
De onpartijdigheid echter gebiedt, volgens hetgeen JoannesNaeranusdeswegens in gezegd woord berigt, en uit het na Van Waesberge'saanklagt gevolgd mandement van arrest van den Hove van Hollandop de door Naeranus gedrukte boeken, te veronderstellen, dat indeze zaak niet onpartijdig, althans met niet genoegzaam onderzoek,gehandeld werd. Wij zijn evenwel zooverre van die dagen verwij-derd; zeden, gewoonten en wetten zijn zoo zeer veranderd, zoo zeergewijzigd en verzacht, dat het moeijelijk valt, een juist oordeel overvele handelingen van dien tijd te vellen.
Do uitgave van „Le Hazophylace" van Oasparus van den Endedoor Naeranus werd er twee jaren door vertraagd; althans deopdragt van Van den Ende aan gecommitteerde Raden ter Admi-raliteit en aan de Stedelijke Regering is van 6 Januarij 1654; ookhet in koper gegraveerd frontispice heeft 1654. De uitgave van 1656is dus geen nieuwe, maar de eerste druk, waartoe de exemplaren,waarop in 1654 arrest gelegd en die gewelddadig uit zijne woninggehaald waren, zullen gestrekt hebben.
Hoe Naeranus weder aan zijn regt kwam, deelt hij inliet „Woordtot den Lezer" in de uitgave van 1656 niet mede; hij doet ditevenwel in een Voorberigt „Den Drukker, aan alle Liefhebbers enoeifenaars der Nederlandsche en Fransche Talen," te vinden voorde volgende uitgave: „Le Gazophylace, De la Langue Frangoise etFlamande; Augmentë d'une Grammaire Frangoise. Schat-kamer, derNederduitse en Francoyse Tale. Vermeerderd met een FrangoischeSpraak-konst, overgezet in de Nederlantsche Tale. Door AP Cas-
gewoonte, gelijke of gelijkluidende geslachtnamen als verwant te beschouwen. Tothoevele verkeerde veronderstellingen dit leidt, laat zich denken.
Tn bovengenoemde uitgave der Gazophylace treft men, een in 1654 op veertigjarigenleeftijd, door L. de Jonge geschilderd en door R.A.Persyn gegraveerd, portret van Casp.v. d. Ende, aan. Eenige onderrigtingen, door Gasparus van den Ende voor dit werk ge-plaatst, zijn door hem eigenhandig onderteekend Ilij huwde Sara Battus eene dochter vanden Amsterdamschen Geneesheer Garolus Battus. Zie J. C. Schultz Jacobi Oud en Kieuwuit de Gesch. der Nedcrl. Luthcrschc kerk. Bott. W. L. Stocller. 1864. bl. 64. Aant.