41
belofte, tot bewijs zijner onschuld eenen catalogus van de door heingedrukte boeken in.
Deze catalogus, die allezins belangrijk is, ofschoon hij slechts eenelosse opnoeming, zonder jaartallen, van door hem gedrukte boekeninhoudt, getuigt, dat hij gedurende de eerste elf jaren, die hij inhet St. Lucas-gild opgenomen was, nog al een en ander in zijn vakverrigt had. Op deze lijst komen eenige werken voor, die nog ge-zocht zijn. Ilij onderschreef dezen zijnen catalogus, die op hetRijks-Archief te Brussel voorhanden is, met de woorden „hos librosimpressi ego Joannes AVaesbergius." Wij deelen dien mede (1), metbijvoeging van het autograpliisch onderschrift.
Den Heer Brosper Ouypers van Velthoven, aan wiens welwillend-heid ik de toezending van dezen catalogus, benevens meerderebijzonderheden, Jan van AVaesberghe betreffende, verschuldigd hen,zij hierbij dank gezegd voor zijne belangrijke bijdragen tot dit ge-deelte der geschiedenis der Van Waesberghe's.
Jan van AVaesberghe kon evenwel zijne onschuld niet naar genoegenbewijzen, ofschoon zeven verschillende personen getuigden, dat hijgoed katholiek was. Hem niet vertrouwende, liet men hem geenerust, en werd hij op een' vroegen morgen, in de maand Januarij vanhet jaar 1569, door de ofhcieren van den Colve, uit zijne woninggehaald en, in de gevangenis het Steen, in de boeijen geworpen (2).
Hij had zijn lot met meerdere boekverkoopers gemeen. Van dezegevangenneming, die op bevel van den Hertog van Albageschiedde,gaf de Markgraaf van Antwerpen aan den Raad van State — awd'AM — te Brussel, eerst den 23 Mei 1569 kennis (3).Den 13 Januarij 1569 werd onze Breyvelder in de vierschaar ge-bragt, door den Schout aangesproken en beschuldigd van:
verboden psalmboeken te hebben gedrukt en verkocht in zijnenboekwinkel en drukkerij;
de predicatiën van de sectarissen te hebben bijgewoond en dezen,door zijne presentie, faveur en adsistentie te hebben gedaan;
en dit alles tegen den eed, bij het begin van zijnen dienst ennering, in handen Mijnsheeren den Markgraaf afgelegd, en welkeeed ook van woord tot woord in zijn privilegie en admissie staatgespecificeerd;
alzoo gehandeld te hebben „contrarie onssen catholycken Kersten„ gelove, den gescreven geestelycken ende weereldlycken rechten ende„die placcaten ons genadichs heeren 'sConincx."
Jan van AVaesberghe ontkende de aanklagt, in 't bijzonder vanbij voortduring de verboden predicatiën bijgewoond te hebben, diehij zeide , gelijk meer anderen, in het voorbijgaan wel
gehoord te hebben, zonder dat hij, „met opzet en wil" om die te
(1) Zie Bijlage k.
(2) Volgens BI. B. B. 1866, p. 22 eerst den 25 Mei gevangen gezet; maar dit isde datmn waarop d Immersele aan den Baad van Staten van de gevangenzetting bcrigtgaf.
(3) Zie Bijlage G.