42
hooren, derwaarts gegaan was. Ontkennende ook eenigen psalm vanDatlienus gedrukt te hebben, noch eenige andere verboden boeken,en eindelijk „ dat hij verweerdere is van den ouden catholycken religie,„hem altijts daernae gereguleert hebbende ende nae de geboden van„de heylige kercke" enz. (1).
Zijne zaak werd van zeven tot veertien dagen meermalen behandelden uitgesteld, en hij, bij den Schout ingeleid, als beschuldigde tegenzijnen aanklager fd' aanleggere) gehoord (2). Van Waesbergheontkende steeds de tegen hem ingebragte beschuldigingen, zoo alshij 17 Februarij 1569 mede deed ten opzigte der Souterliedekens.
Den 17 klaart 1569 bepaalde de Schout, dat Van Waesberghezo ude hebben „ copye van syne confessie ende continueert de saecke„ut etc. ad 15'"."
Nu vernemen wij gedurende een geheel jaar niets van den gevan-gene, tot wij op den laatsten dag van klaart 1570 (3) ontwaren,hoe de Schout judiceerde „ dat partyen sullen haere stucken colli-„ geren ende fourneren, om alsdan recht gedaan te worden."
Hierna zien wij zijne zaak tot den 14 April, en dan wederom totden 5 klei verschoven, wanneer die, daar hij den 5 klei 1570, ver-mits hij krank was (4), niet compareerde, op nieuw, ad inensem,uitgesteld werd.
Hier eindigt de zaak van Jan van Waesberghe voor het geregt inde vierschaar te Antwerpen, en staat daarvan geen verder gevolg inde vierschaarboeken aangeteekend.
Zoo als wij evenwel aireede zagen, geven de papieren van denRaad van beroerten — CwMdiJ &.! TroKM&s — op het Rijks-archiefte Brussel voorhanden, omtrent den afloop zijner zaak nadere inlich-tingen.
Door zijne huisvrouw, Elisabeth Roelants, werd, zoo als wijdaaruit vernemen, den 20 April 1570 aan het Hof te Brussel eenrequest ingediend (5), ten einde zijne in vrijheid stelling te ver-werven. In dit request wordt hij genoemd „ Libraire Jurë do la„ville d'Anvers" en gezegd ziek te zijn, zoo als dit dan ook dooreen attest van een' geneesheer, bij dit request gevoegd en nog voor-handen, bevestigd werd f6).
Het request van de huisvrouw van Jan van Waesberghe tracht deonschuld van haren gemaal op dezelfde gronden, als door hem inzijn verhooren zijn aangevoerd, te ontvouwen, spreekt van de zwareziekte, waarin hij in zijne gevangenis gevallen is, hoe aan diezelfdeziekte in dien kerker aireede velen en ook haar vader Jehan Roe-lants bezweken zijn (7) ; dat voor hem en haar gezin, bij een langer
(1) Zie Bijlage 77.
(2) , 7.
(3) „ 76
(4) .. .. 7,.
(5) " M d/.
(6) „ N.
(7) De vrouw van Jehan Roelants werd almede vervolgd. Zie BI. B. B., TonrcXV1J, p. 106.