40
het huwelijk met Elisabeth Roelants, dochter van Jan, boekdrukker daarter stede, wonende in de O. L. Y. toren, op de Lombaerde Yest.
De Reünie in zijne „Recherches" schrijft den geslachtsnaam Roe-lands. Hij komt meermalen voor, en vaak lezen wij Roelants.
Zijne eerste huwelijksjaren schijnt hij kalm doorleefd en zijn bedrijfongestoord uitgeoefend te hebben.
Den 24 Maart 1567 leverde hij een Request in om zekere boekenvan Gabriel Meurier, die met name genoemd werden, te mogendrukken (1).
De plakkaten van Keizer Karei Y van den jare 1521, opzigtelijkhet drukken en verkoopen van gereformeerde boeken, als ook aan-gaande de herdoopers en andere gereformeerde secten enz., dikwerfhernieuwd en telkens verzwaard — 29 April 1550 — en door zijn'zoon, Koning Philips II, als eerste maatregel van regering herhaald— 28 November 1555 — 19 Mei 1562 — werden op hoog bevelsedert 1566 zeer streng toegepast. Yooral te Antwerpen werden deovertreders scherpelijk achtervolgd en veroordeeld, vele tot lijfstraffen,dat er de dood op volgde.
Jan van Waesberghe, de oude, had zich desaangaande ook pligtiggesteld; stellig is het, dat hij, even als vele andere boekdrukkerste Antwerpen, min of meer den gereformeerden godsdienst toegedaanwas. Dat men hem verdacht, blijkt uit een bezoek aan zijn winkelgebragt op een aanschrijven van 2 Febr. 1566 van Margarethaaan Jean d'Immersele, en waarvan Charles Rahlenbeck met dezewoorden spreekt: „A 1'Escu de Flandre, demandez après le com-mentaire du faict de la religion: aulcuns recueilles dont je ne scaisle nom; bibles et testamens nouveau! x (2)." Niet ten onregte wasdeze verdenking; uit den later door hem overgelegden catalogus tochzien wij, dat hij, onder anderen, herdrukte JA ,
in den jare 1533 aireede op den Index geplaatst. Bovendien is hetvoorkomen van zijn naam op den „ Index Libr. prohibit. Antverp.Ex ofhc. Ohrist. Plantini 1570," p. 85 — blijkens het opschrift p. 81 —een bewijs, dat hij voor suspect gerekend werd.
Op aanschrijven van zijne excellentie (Alba) aan den Markgraafvan Antwerpen (3) (Jean de Yïherselle) ter verantwoording geroe-pen , werd door hem, na eene hem den 29 Maart 1568 op ten Steendoor de schepenen M" Glhelain de Lesne en LP Peeter van Liere voor-gelegde aanklagt, op denzelfden dag eene bekentenis van onschuldafgelegd (4).
Het schijnt, dat hij toen nog niet met de andere boekverkoopersgevangen gezet is, en eerst den 14 April door genoemde Antwerpscheschepenen andermaal ondervraagd werd (5).
Hierna leverde hij , volgens eene door hem aan de schepenen gedane
(t) Arcbives de Belgitpie, Conseil privé. Liasse NO 25 (?).
(2) B). B. B. Tomc XH, p. 252.
(3) Zie Bijtage C.