Druckschrift 
Het geslacht van Waesberghe : eene bijdrage tot de geschiedenis der Boekdrukkunst en Boekhandel in Nederland
Seite
23
Einzelbild herunterladen
 

23

Mij viel, op de kaart van H. Ilaestens van 1599 , te vinden bijVan Reyn, bl. 130, een torentje, op een huis aanhetWest-Nieuwland,ter aangeduide plaats, op.

In vorige tijden, en de naam brengt hot mede, strekte het West-Nieuwland zich meer Westwaarts uit en werden de panden bij enaan het Hang daar mede onder begrepen ; alles toch stond op hetnieuwe land ten Westen der Stad.

Hier nu bij het Hang op de markt, op den hoek links van het huisDuizend vrezen genaamd, welke naam in een Giftbrief van 15 Junij1669 (1) het eerst voorkomt, stond een huis, mede van ouds 't Stad-huis genaamd, blijkens een Gift van 3 Dec. 1577 (2), en komtonder dezen naam mede 24 Julij 1603 (3) voor, zonder dat hetblijkt, dat het ooit de naar zijn naam genoemde bestemming had.

Dat er in 1489 een bepaald Stadhuis of eene daartoe ingerigtewoning in de Stad aanwezig was, blijkt uit een oud onder mij be-rustend H. S., waarin ik vond, dat de vrede tusschen den Stalmeesterdes Konings en Jonker Frans van Brederode van het Stadhuis totRotterdam werd gepubliceerd. Dit Stadhuis was volgens Manheerhet voorgaand jaar door Brederode in bezit genomen (4).

Dat voorts in 1558 het tegenwoordige Raadhuis aireede daar terplaatse aanwezig was, met het front naar de Waagsteeg gerigt (5),en alwaar wij het vóór 1827 met den voorgevel naar de Hoogstraatgewend en na dien tijd door herbouwing met het front naar deKaasmarkt aantreffen, blijkt uit het bekende vlugten der Heeren opden Stadhuistoren. Ook is het genoegzaam bekend, dat in 1589 enin 1606 en 1607 daaraan, tot vergrooting en ter verbetering, ge-bouwd is.

G. Bruining wil, t. a. pl. bl. 72, dat het Stadhuis aan de Hoog-straat eerst om 1576 zou betrokken zijn. Ik kan mij evenwel moeije-lijk voorstellen, dat, indien bij den grooten brand van 1563 hetStadhuis nog op het West-nieuwland aanwezig was, daarvan, al warehet onbeschadigd dien brand ontkomen, geene melding zoude gemaaktzijn; ofschoon het waar is, dat er evenmin vermelding geschieddevan Onzer Lieve-Vrouwenhuis, dat, aan het West-Nieuwland gele-iegen , geheel afbrandde. Door latere nasporingen werd dan ook dezemededeeling van Bruining voor onjuist verklaard.

Wij zien uit het medegedeelde, hoe bezwaarlijk het valt iets zekersomtrent het oude Raadhuis te bepalen. Dat het huisDeSpieghel,"aan de Noordzijde der Hoogstraat, tusschen de beide Kerkstratengelegen (G. van Reyn bl. 64 en 86), de herberg der Graven, indienhet ooit voor Raadhuis gediend heeft, evenwel na 1438 voor diebestemming niet meer kan verstrekt hebben, toont ons genoemdestedebeschrijver, bl. 87, aan.

(t) Zie de Giftebocken der stad Rotterdam Reg. No. t).

(i) Kronijk der stad Rotterdam, ]. e. bi. 72.(5) G. van Spaan, 1. e. b). 574.