Druckschrift 
Het geslacht van Waesberghe : eene bijdrage tot de geschiedenis der Boekdrukkunst en Boekhandel in Nederland
Seite
24
Einzelbild herunterladen
 

24

Na, het overwogene zoude men, met Van Welsenes en Jacob Kor-tebrant (1), genegen zijn aan te nemen, dat óf na de verwoestingvan het Hof van Wena, óf om andere oorzaken, het huis, thansbekend onder den naam van Keulen, bevorens De Faam, gelegenaan het West-Nieuwland, zoo lang tot Stadhuis gebruikt is, tot datmen het Groote of StadsGasthuis daartoe ingerigt had.

Van Spaan echter, die de zaak onderzocht, en die in zijn meer-genoemd werkje, bl. 374, schrijft, dat de bewoners van het pand ingeschil hem zeiden, dat de giftbrief daarvan inhield, dat hetzelveRaadhuis der stad geweest en dat dit aan het inwendige van hetgebouw blijkbaar was, geloofde zelve de zaak niet. Waarheid isin deze met Actie vermengd: het pand heette oudtijds het Stadhuis,had in zijn bouw welligt iets, dat tot dezen naam aanleiding gaf,maar dat het ooit daartoe diende, spreken ook jongere onderzoe-kingen tegen. Door mij werd op nieuw eeu onderzoek ingesteld, enbleek het, dat de boeken, die de transporten der panden inhouden,bij de Regtbank, in het gebouw, daar deze te Rotterdam op hetHaagsche-veer hare zittingen houdt, voorhanden zijn. Om aldaarbehoorlijk alles na te gaan, verlangde men den datum van een trans-port van het pand, waarvan sprake was. Ik was zoo gelukkig zulkeen datum te kunnen opgeven; maar daar dit een datum der lateretransporten was, kreeg ik het ontmoedigende berigt, dat het alleen-lijk de oudere transporten zijn, die aan de Regtbank gevonden wor-den. Sedert de regeling van het Notariaat geschieden de transportendoor de Notarissen, en worden alzoo bij hen aangeteekend. Voortsberigtte men mij, dat, al wist men een der oudere transporten, menalsdan nog vermeende niet het verlangde te kunnen opgeven; wantdat daaruit niets zou blijken aangaande de vroegere bestemming vanhet pand. Ofschoon ik hiermede niet instem, moet ik dit onderzoekvoor'shands laten rusten, te meer, daar het eigenlijk niet tot mijnonderwerp behoort.

De tegenwoordige eigenaar van dit pand zeide mij nog, dat hetdoor zijnen vader in den aanvang dezer eeuw aangekocht werd, datdaarbij geene oude papieren overgelegd zijn, dat hem, buiten hetgeende overlevering verhaalt, niets van de voormalige bestemming vandie woning bekend is, en dat daarin ook geene kentcekenen voor-handen zijn, die op eene vorige bestemming doelen.

Men houdt het thans dan ook voor uitgemaakt, dat het Groote- ofzoogenaamde Stads-Gasthuis en het Raadhuis één waren; zoo alsmen dit op ontelbare dorpen en kleine plaatsen aantreft, alwaar dovoornaamste herberg meestal tevens Raadhuis is. Verbouwing, front-verandering hebben van den oorspronkelijken toestand niets kennelijksachterwegen gelaten, alleen dezelfde grond, voor eeuwen door dovaderen betreden, wordt door hunne naneven, die ter Raadszaal in-treden, nog gedrukt.

Over het Raadhuis zie men nog Rotterdam geschetst" door J. L.

(1) "2e Eeuwgetijde," i. c. bl, 75.