22
werd, alwaar te dien tijde alle regeringszaken, zoowel van Rotterdamals van Scliieland, werden behandeld en afgedaan.
Op het als onecht beschouwde kaartje der stad Rotterdam van hetjaar 1488 (1) staat geen Raadhuis aangegeven, wel een Gasthuis,door G. Bruining (2) St. Elisabeths-Gasthuis geheeten. Dit gasthuis (3),óf haar kapel (4), of haar grond („en bouwde men op die plaats't eerste Raadhuis", zoo als ik ergens las) , kan sedert den aanvangder XV° eeuw, daartoe gestrekt hebben; ofschoon van Spaan, inzijne „Beschrijving der Stad" (5), wil, dat bet Gasthuis achter hetRaadhuis zou gestaan hebben en dat alzoo het Stadhuis nooitGasthuis geweest is. Van Spaan niet onderscheidende het St.Antonij-en het St Elisabeth's-Gasthuis, beweert te dezer plaatse iets, datnooit wedersproken werd.
Jac. Kortebrant en Jacob Lois (6) maken dan ook onderscheidtusschen het groote of Stads-Gasthuis, dat later Stadhuis zoude ge-worden zijn, en het St. Antonij-Gasthuis op den hoekvandeHuibrugen de Kipstraat, gesticht 1417 (7), en dat verlaten werd, nadat in157G aan het Oost-einde der stad het later bekende Gasthuis gebouwdwas (8). Bruining spreekt van een St. Antonij-GastliuisindcWest-Wagestraat, bl. 70.
Het reeds vermelde kaartje van 1488 duidt als Gasthuis aan doplaats, welke het Raadhuis tegenwoordig inneemt, en wordt hier-mede voorzeker het groote of Stads-Gasthuis bedoeld, waarvoor inhet jaar 1364 de Heer van Kralingen verpligt was de koe te weiden(Kortebrant t. a. p., bl. 74).
Of er nu, alvorens dit Gasthuis tot een Raadhuis verbouwd enbehalven het Hof van Wena — dat in 1426 verwoest en niet hersteldwerd (9), alzoo ook niet in 1488 als Stadhuis kan ingenomen zijn —een tusschen-tijdperk geweest is, waarin óf geen Raadhuis, als zoo-danig, in den eigenlijken zin bestaan heeft, óf dat een huis tijdelijkdaartoe ingerigt was, zal misschien later kunnen beslist worden.Het laat zich vermoeden en alles schijnt aan te duiden, dat een huisdaartoe verstrekt heeft, en dan kan dit wel geweest zijn „het tweedehuis ten Oosten der latere Nicuwsteeg (10), ophetWest-Nieuwland,naderhand Keulen genoemd, thans wijk D, N° 68 (11)."
(1) Zie van Rcyn, 1. c., bi. 50 cn 05.
(2) Tableau Topograpbique et Statistiquc de Rotterdam, parG. Bruining. a Rotterdam,.1. fmmerzeel Jr. 18! 5, p. 70.
(5) Van Reyn, L c., b!. 18!.
(4) Van Spaan, Bcscbr. der stad Rott. Rott. 5c dr. bi. 575.
(5) Dezelfde, bi. 255 en bl. 256
(6) Kortebrant "2o Eeuwgetijde," bl. 71; en J. Lois, Cronycltc der stad Rotter-dam, 's Grav. & Delft 1746, b!. 57 en 100.
(7) Zie Kortebrant t. a. p., bl. 74.
(8) Van Spaan 1. c., bl. 575, cn J. Lois 1. c., bl. 07.
(0) Van Reyn 1. c., bl. 70.
(10) Deze straat bij Van Rcyn, bl. 87, Nieuwstecg, bb 102, Kicuwstraat genoemd,werd eerst in 1585 gerooid, zie a!d. bl. 102.
(11) G. van Rcyn bl. 87; zie mede G. Bruining, Tab!eau top. & stat. de Rotterdam,p. 72 en 75. Tegenwoordige Staat van alle Volkeren. Amst. Is. Tirion 1744 , XVcD.bl. 228.