Druckschrift 
1 (1911) 1556 - 1607
Entstehung
Seite
469
Einzelbild herunterladen
 

469

bewillingc der onderdanen gesohiot is, de Oantzeler wil be-wijsen dat d' onderdanen die vier witte schattingen in-gewillicht hebben 1 ), daer wil sij cunnen op leggen heurclage daer sij restitutio begeren. Somma het is so godtloosdat ic daer niet meor van mach schrijven. Wat het be-sluijt nu sal worden moeten wij verwachten. So wijt istaltij't gebracht dat de heren bekennen dat onse clagenreciitmetig sijn und ten vollen bewesen. Ende dat deGrave gehouden wert voor eener die sijn onderdanenschentloos verraden hefft. Ic vermerke wel dat de herenbecommerd sijn over onse sake, ende hoe sij ons sullenredden, dringende aen d' een sijde de veelvoldige beloften,endo gedane sommatie, aen d' andere sijde heur iegen-woordfge toestant, ende de Mat. van Engelant, so dat ocWijnwöd wel darff seggen ic wed int tracteren van denliege 2 ) sult ghij bevinden hoe sijn Mat. geoffendert is.Wat daer eijntlijck nu sal opcomen willen wijt Godt Alm.met onse goede sake bevelen. Het laet sich oc aensiendat de heren tot een resolutie sullen comen, achtende goedtte sijn dat wij van hier comen, overmits d' aenstaendeelectie 3 ). Haec raptim ut vides. Vale vir Clariss. et meama, salutat te dominus Althusius, 8. Novemb. 1607.

Tui studiosiss.

S. v. Amama.

Adresse: Clarissimo, Doctissimo Ornatissimoque ViroDomino Ubboni Emmio Scholae GroninganaeRectori digniss. Gruningen.

272.

Ubbo Emmius an Sibrandus Lubbertus.Groningen. 8 November 1607.

London. Britisch Museum. Adel. Ms. 22960. Fol. 272. Original.

De libro ex Hollandia ad te misso in postrema epi-stolae tuao parte quod quaeris ambigo mecum. Si liber

?,).

i) Vgl. oben S. 372, 375

2 ) Das Bündnis mit England.

3 ) Der neuen Ratsmitglieder in Emden.