Druckschrift 
1 (1911) 1556 - 1607
Entstehung
Seite
468
Einzelbild herunterladen
 

468

der Cantzeler aen te heven mit aenroepinge dos namenGodts, hem danckende dat hij haer so lieff gehadt hadde,dat sij voor de heren Conincklijoke gesanten etc. haorrechtverdige saken mochten verdedigen, endo dat eenigedoren mochten open gedaen worden, die so lange geslotenwaren gewest mit vele schrickelijeke dicentes. Daer naertot de sake comonde sustineerde dat S. Gr. iure pretentionisde landsmiddelen behielde, want sijn G. waren 100000 Ltoegesecht 1 ) und hadde maer 35 duijsont ontfangen. op bo-talinge des garnisoens seijde hij niet vecl, dan Wijnwödpresenterde wegen sijn Coninck 60 duijsent gülden te ver-schieten tot betalinge des selven. Op de Zeebrieven seijdedat S. GK geen meer segelen gebruijcket als een. hij be-hende wel de handt dan tsegel ontkende hij. Die vanEmden mochten het geconterfaict hobben, ofte als sij S. G.huijsen berooffen mochten het segel mit genomen hebben,somma maeckte het daer so heer, dat wel d' Engeische,maer niemand van de heren Staten hem eenich gelooff toestelden. Der Spenser 2 ) worde bewogen deur des Cantze-lers leugenpredick te seggen, Voorwaer die man moetrecht hebben dat hij alles so modeste ex tempore heerspreeckt, und mit sulcken constantie, lecht dat costele argu-ment eens over. Barnet'elt antwoorde Men heer legaot, datargument is niet goed, wat hij doet lieft hij lange genuchgepraemediteert, want ter hij tijts genuch gehadt lieft,maer siet op het stuck ende boschout de documenten vanden heren van Emden. Wijnwöd riep twas capitaeldatmen een sulcken vromen grave false dorste aecuseren.Barnefeit antwoorde, dat was onrecht, dewijle sij iuris suidefendendi gratia sulx moesten allegeron non animo in-iuriandi. De Graefflijcke vertoonden een missieve van denGrave onlanx geschreven, waerinno hij niet vergeten lieft alsgalgen unde raders. Den Engeischen te gemoet voerendehoc sij voor woijnige tijt gelt op sijn lijff geset h ad denom hem nederschieten. Nu wilden sij hem tot een fal-sarium maken. ende dat alles so bitter, dat een ijder vanons sich wel wachten mach in sijn banden te comen.Jr, Wilhelm 3 ) wil bowijsen dat het vorleggcn van denEijlsumer Zijl, ende schattingen daerop omgeslagen mit

1 ) Vgl. oben S. 374, Note 5.

2 ) Der englische Gesandte Lord Spencer.

3 ) Wilhelm von Inn- und Knyphausen.