Druckschrift 
1 (1889) 1025-1520
Entstehung
Seite
632
Einzelbild herunterladen
 

632 URBANUS VI — VALENCIJN

spoort de prelaten en regeerders der Duitsehe landen tot het vervolgen der ket-tersehe l'eggarden aan en beveelt hun zijnen inquisiteur Lodewijk de Caliga,predikheer, alsmede zijne andere kettermeesters en hunne vicarissen aan (13(38),206, 207.

Urbanus VI, paus. Willem de Salvavarilla beveelt hem Geert Groote alsprediker en inquisiteur warm aan (13S3), 250, 251.

Utrecht (stad en bisdom). De kanunniken dringen aan op de kastijding vanden ketter Tanchelm en zijne aanhangers (1112), 15-18; — ketters door keizerLotharius verbrand (1135), 30, 31; — bisscliop Jan II van Zyrik vaardigt synodaleStatuten uit over de behandeling der ketters door zijne geestelijkheid(1294 1, 148,149;

— bisscliop Guido van Avesnes vaardigt synodale Statuten uit over de onderdruk-king der ketterij (1311), 161; — de deken van St. Servaas aldaar wordt alsmedeandere geestelijken door paus Clemens V met de vervolging der Tempelriddersin het aartsbisdom Keulen gelast (1SU), 161, 162; — bisscliop Jan II van Zyrikvaardigt nieinve synodale Statuten uit over de onderdrukking der ketterij met hetoog op de Statuten van paus Clemens V tegen de Beggarden en Begijnen (1319),169, 170; — Statuten verbiedende onderhoorigen der Utrechtsche kanunniken,geestelijken of leeken, door den bisscliop of zynen vicaris wegens ketterij te ver-volgen, tenzij met goedkeuring van het kapittel en in de tegenwoordigheid vanprelaten en kanunniken (c. 1345), 189, 190 ; — de bisscliop Jan van Arkel vaardigtsynodale Statuten uit ter onderdrukking der ketterij (1353), 204; — pausGregorius XI beveelt vijf inquisiteurs der predikheerenorde, waaronder eenenvoor het bisdom Utrecht, aan te stellen (1372), 222-224 ; — de kettersche augustijnBartholomaeus (of Bertholdus) van Dordrecht wordt er op aandringen van GeertGroote door het geestelijk hof veroordeeld (c. 1380), 245, 246, 247; — GeertGroote predikt er tegen de ketters en de onzedelijkheid der geestelijken (c. 1380',249 ; — op aandringen van Geert Groote laat de bisscliop Floris van Wevelincho-ven er het lijk van den ketter Matthaeus ontgraven en verbranden (c. 1380),249, 250 ; — de Gerardinen worden er door den inquisiteur Bylard Schoneveldverontrust (c. 1393), 251 ; — paus Bonifacius IX bekrachtigt de machten van devijf Duitsehe inquisiteurs, waaronder eenen voor het bisdom Utrecht (1395), 256 ;

— Vred. Vredericssoen wegens godslastering aan de kaak gesteld en voor vijfjaren gebannen (1426), 304, 305 ; — de inquisiteur Willem Brunairt wordt doorden bisschop van Utrecht in zijn geestelijk gebied aanbevolen (1427), 305, 306 ;

— vier voortvluchtige ketterinnen voor vijf jaren gebannen (1427), 306; —Coman Claesz, te Utrecht als ketter verbrand (1441), 324; - de magistraat roeptde tusschenkomst van den bisscliop in tegen eenen predikheer en eene vrouw,beide verdacht (1479) 447, 448; — zekere geestelijken geven zieh voor inquisiteursuit (1482), 453 ; — de predikheer Jan van Ommaten aldaar als inquisiteur (1495),489; — de predikheer Wouter herroept zijne kettersche sermoenen (1510), 498 ;

— Elisabeth Petersdochter gedurende rneer dan achttien weken gevangen endoor de kettermeesters vrijgesproken (1512), 504.

V.

Valencijn (in hei graafschap Henegouwen). Bisschop Gwijde van Kamerijk-j-1305) laat aldaar cen kettersch boek van de Henegouwsche Bogijn Margaretha