THEODORICUS — URBANUS V 631
Theodoeicus (Dirk), vice-cureit van Haarlem, neemt deel aan de ketterver-volging tegen Edo en Nikolaas van Naarden (1458), 338, 340.
Theoduinus, bisschop van Luik, liitst den Franschen koning Hendrik I tegende ketters Bruno van Angers en Berengarius van Tours op (1050), 8-10.
Thomas Conecte, karmeliet, predikt in Viaanderen, Artois en omliggendestreken verdachte sermoenen en wordt later te Rome verbrand (1428), 307-310.
Thomas Foure, bontwerker te Atrecht, als ketter van de secte der Waldenzenvervolgd (14fc0), 355 ; — in vrijheid gesteld (1460), 384, 386 ; — door 't Parlementin zijne eer hersteld (1491), 460-483.
Thomas Vuemel, voortvluchtige ketter van Rijsel (1430), 313.
Tienen. Uit die stad komen 110 Geeselaars naar Doornik afgezakt (1349), 193.
Toison d'Or, eerste wapenbode van den bertog Philips van Bourgondie en vande Guldenvliesorde, wordt door zijnen meester naar Atrecht gezonden om er dezaak der Waldenzen tc ondcrzocken (1460), 376, 378.
Tongeren, in 't Land van Luik. Aldaar komen over Aken en Maastricht deDansers en Geeselaars (1374), 233.
Torreken vander Perre, te Oudenaarde wegens lastering van het Heilig Sacra-ment gegeeseld en tot boetedoening in de processie veroordeeld (1517), 514, 515.
Trier (stad en aartsbisdom). De aartsbisschop Hellinus veroordeelt denBrabantschen ketter Jonas als toebehoorende tot de secte der Catharen (1152-1157),34, 35 ; — synode door den aartsbisschop gehouden, waarop drie kettersche sectenontdekt, waaronder wederdoopers ; vier verbrand (1231) 81, 82; — pro vinciaalconcilie over het vervolgen der ketters (1238), 111; — povinciaal concilie,waarbij het prediken aan Beggarden en andere verdachten verboden wordt(1277 ?), 141, 142 ; — de aartsbisschop Boudewijn houdt eene synode en een pro-vinciaal concilie tegen de Beggarden en Apostels, geestelijke en wereldlijke(1310), 154, 155; — de aartsbisschop wordt alsmede andere prelaten door pausClemens V met de vervolging der Tempelridders in zijn geestelijk gebied gelast(1311), 161-163 ; — de inquisiteur Jan de Boland, onder anderen over het aarts-bisdom aangesteld, wordt door keizer Karel IV ter uitroeiing der Beggarden enBegijnen krachtig ondersteund (1373), 225-228; — paus Eugenius IV neemt deCellebroeders en Vrijwillige Armen tegen de prelaten en inquisiteurs onder zijnebescherming (1431), 319-322; — de predikheer Hendrik Institoris door pausInnocentius VIII in de Duitsche landen (waaronder 't aartsbisdom Trier) vöör 1484als inquisiteur aangesteld, 455, 456.
Turlüpijnen, kettersche secte, in Frankrijk en in de Nederlanden (1373), 228 ;— te Rijsel (1465), 409-412.
TJ.
Urbanus IV, paus, neemt al de Begijnen en kloosterzusters van het Luikschebisdom onder zijne bescherming (1262), 132 ; — bekrachtigt de wetten van keizerFrederik II tegen de ketters (1265), 132,
Urbanus V, paus, beveelt den prelaten en inquisiteurs van het koninkrijkFrankrijk de uitroeiing der Beggarden en Begijnen aan (1365), 205, 206; —