630 SIMON VAN ST. VAAST — THEODORICUS
dagvaarding tegen twee gevluchte verdachten, kanunnikken van Luik, uit(1277), 140, 141.
Simon van St. Vaast, kanunnik van Atreclit, helpt de Waldenzen vervolgen(1460), 380.
Sluis. Uit die stad komen ongeveer 300 Geeselaars naar Doornik afgezakt(1319), 191 ; — later nog 80 Geeselaars, 193 ; nog ongeveer 250 later, 193.
Speeonistae, kettersche secte (1220), 70; — (1229), 75; — (1231), 77, 79 ; —(1511), 500.
Stitswerd (de kluizenaar van) wordt door twee predikheeren van Bremen(inquisiteurs) als ketter vervolgd cn levenslang te Rottum (Groningen) in eenenonderaardschen kerker van zijn klooster opgesloten (1235), 102, 103.
St. Omaaars. De predikheer Pieter Floure verblijft er als algemeene pauselijkeinquisiteur (1420), 299; — de predikheer en inquisiteur Jan Vasseur sterft er(1508), 497.
Suestriones (kettersche zusters). Zie Zusters en Beggarden.
Suster Jutte, voortvluchtige ketterin, te Utrecht voor vijf jaren gebannen(1427), 306.
Sdster Rutger, voortvluchtige ketterin, te Utrecht voor vijf jaren gebannen(1427), 306.
Synoden. Zie Concilien.
Tanchelm, ketter, strooit zijne ketterijen in de kustlanden van het bisdomUtrecht (11121, 16 ; — zijne talrijke aanhangers vereeren hem met afgoderij, 16 ;— zijne buitensporigheden, 17 ; — wordt te Keulen door den bisschop gevangengehouden, 17 ; — zijne handelingen te Antwerpen, in Brabant, Zeeland en Viaan-deren tot zijnen dood (1115), 22-29 ; — zijne volgelingen te Ivoy (1112), 20 ; — ente Keulen (1163), 41.
Tempelridders, als ketters vervolgd en veroordeeld (1311), 161-163.
Terenburg. Zie Terwaan.
Terwaan of Terenburg (stad en bisdom). Hubertus of Hugo, pauselijke legaat,overtuigt den Terwaanschen aartsdiaken van ketterij (1076), 10-13 ; — Hubertus,kettersche bisschop van Terwaan, wordt door paus Gregorius VII met strengestraffen bedreigd (10801, 12, 13; — de bisschop Pieter beveelt aan de geestelijk-heid van Ieperen, maatregels te nemen tot onderdrukking van ketterschegewoonten in de stad en in den omtrek (1235), 98, 99; — de bisschop Hendrikherhaalt het bevel van zijnen voorzaat Pieter over het onderdrukken van ket-tersche gewoonten te Ieperen en omstreken (1279), 142, 143; — de bisschopEngelram laat het lijk van den ketter Jacob Peyt ontgraven en verbranden (1329),181-184; — de bisschop wordt ondervraagd over een sermoen aldaar doorden inquisiteur dier plaats tegen Rijselsche ketters gehouden (1412), 280; —de Bretonsche karmeliet Thomas Conecte predikt er verdachte sermoenen(1428), 309.
Texerans (wevers), ketters van Frankrijk (1157), 35. (Zie Kettersche wevers.)Theodoricus, Vlaamsche ketter, te Keulen verbrand (1163), 40-14.