Druckschrift 
3 (1876) 1278 - 1288. Bijvoegels en registers
Seite
979
Einzelbild herunterladen
 

979

ducentis marcis, quas pro ipso domino Hentiöö, quondam coraiti Kes-selensi, persolvimns. quitum clamamus et absolutum. .

In cuius rei testimonium et rbbur presentem literam sigillo nostroduximus roborandam.

Datum anno Domini ircci.xxrx. in vigilia Simonis et Inde apos-

tolorum.

Dat altste Register, f". 35v", te Arnhern.

Boven dit stuk Staat met dezelfde band geschreven: Nola, quod in litteris , supervendicione et empcione comicie territorii Kessellensis confeetis, continetur ex-presse, si aliqni miuisteriales et fideles iuxta Gladebach et in terminis ibidem inve-nii'entnr, qui solebnnt attinere comiti Kesselensi, cum haberet terram Kesselensem,dicti rainisteriales et fideles erunt comitis Gelrie et sibi debent attinere.

Yan Spaen , Inleiding , iv, bl. 313, verbeterende vvat hij n, bl. 119, omtrent Hendrik,graaf van Kessel, had medegedeeld, zegt: Den 27sten October 1279 was hij reeds over-leden , want toen werd hij genoemd dominus Henricns, quondam comes de Kessel.eri graaf Reinald van Gelre was in 't bezif van 't slot, 't land en den toi van Kessel.In zijne Historie, bl. 412, komt hij hierop terugj schrijvende : Vöor 1279, na dendood van Hendrik, graaf van Kessel, kocht hij [graaf Reinald]'bet slot. en land vanKessel en op "t jaar 1297 [1279] wordt een nader brief hierover gevonden. Hetschijnt echter, dat deze koop niet is doorgegaan, dewijl na dien fijd verscheidengraven van dien naam voorkomen en dat Kessel en Kriekenbeek eerst in 1326 doorReinald den n llen aan Gelderland gehecbt zijn.

De bovenstaande stnkken, waarvan het eerste nn voor hei. eerst wordt nitgegeven ,bewijzen, meen ik , het tßgendeel. De eenigste graaf van Kessel, die mij na bet jaar1279 voorkwam, is bovengenoemde Hendrik, die in het jaar 1285 met zijne vrouw Lieseten behoeve der abdij te Gladbach een grondstuk uit de voogdij ontsloeg, docii dit goedlag buiten bet. graafschap en daar kan hij den personeelen litel van graaf nog gevoerdhebben. In 1288 is hij dood en wordt olim comes de Kessel genoemd. I.acomblet.,ürkutidenbuch, n, n". 800 en 840, S. 476 en 498. Hei blijkt uit deze en andernstnkken, dat hij zeer met schulden bezwaard was. tater komen er uit het geslaehlKessel personell als leen- en dienstmannen in het land van Gelre en als ridders voor.Zie het Register op het iste Dl. der Gedenkwaardigheden van Nijhoff.

Ook omtrent Kriekenbeek verkeert Van Spaen in dwäling. Den 4den December 1312veniieuwde graaf Reinald de stedelijke vrijhoden er van. Nijhoff, a. w. i, Oorkonden,n". 141, hl. 140.

N°. 1008.

Theoderich Lam ontvangt tegen tins van het kapittel van St. Marie in erf-pacht een Imlven mansus te Larshem, behoorende tot de. curtis Seihorst.

19 November 1279.

Ego Theodericus dictus Lam notum facio universis. presentiavisuris, qnod ego recepi a venerabilibus viris decano et capitulo ec-clesie beate Marie Traiecteitsis dimidium mansum eornm, pertinentemad curtem suam in Seiehorst, sitnm in Larshein . mihi et heredibus

62