34.
(53)zyn geweest, anderzins zou het te vergeefs zyngeweest, dat onze Zaligmaker Christus JEsusaan zyne Gelovige bevoolen hadde, de Kerk tehooren. Is er nu eene waare Kerk op Aardegeweest, zo vrage ik: Welke is die geweest?Zy moest immers zichtbaar, en kennelyk zyn;anderzins hadde men haar niet kunnen hooren;en Christus del leere zal zyne Gelovige immers nietwyzen tot eene Kerk, die zy nergens vindenkunnen. Dus moet de waare Kerk, die menhooren moet, immers noch al ten Tydę vanLutherus, en Calvinus gestaan hebben. Waa-rom hebben zy dan die Kerk niet gehoort?Waarom hebben zy de Kerk gereformeert, endus eene nieuwe Keerk opgeregt, daar Christushen nochtans tot zyne Kerk wyst, niet omzete reformeren, maar omze te hooren. De Hussi-ten en Waldensen van welke de Ruiter spreekt,kunnen immers niet zyn geweest de waare Kerk,waarin Lutherus en Calvinus getreeden zyn, mitsde Hussiten en Waldensen zo zeer van de Lu-theranen en Calvinisten verschillen, als het Wa-ter van de Aarde. (*) Daar is dan ten Tyde vande Reformateurs geene andere Kerk in Wezengeweest als de Rooms-Katholyke; by gevolg isdie de waare Kerk, die zy hadden moeten hoo-ren, en niet reformeren.Ten vierden. De Predikanten zeggen, datmen den Hartnekkigen zal houden als een Hei-den en Tollengar na het Bevel Christi, dewelkezegt (Matth. 18. V. 18.) In den Hemel gebondente zyn, zo wat zyne Dienaars binden op de Aarde.Hier vrage ik hen, of het excommuniceren ofafsnyden, en weder aanneemen verstaan wordDdoor(*) Zie het Vervolg van dezen Brief N. 197. 198. 221. enz.