WILHELMINA VAN PRUISEN.
159
Zij 't wat verbleekt in achttien jaar,
't Is Oranje, 't blijft Oranje;
't Heeft toch nog glans genoeg, 't is raar,
Dat 't je haast verblindt, niet waar?
Luid juichte het volk „Willemijntje" toe en trok haarin triomf van het Bezuidenhout naar de voor haar bestemdewoning, alwaar haar zoon, de Souvereine Vorst, haar metde geheele hofhouding opwachtte. De weinige van harevroegere hofhouding overgebleven dames waren toegesneldom den dienst bij haar te hervatten. Zij vonden de vorstinwel verouderd, maar niet meer de trotsche, hooghartigevrouw van voorheen. De jaren en de wederwaardighedenhadden aan hare fierheid aangenamer vormen gegeven;hare wezenlijke goede hoedanigheden traden helderderaan het licht. Gemeenschappelijk lijden had haar ook ver-zoend met dat deel der natie, dat haar vroeger hadmiskend.
Een schoone dag was het voor prinses Wilhelmina,toen den 30^^° Maart 1814 in de Nieuwe Kerk te Amster-dam haar zoon den eed aflegde op de nieuwe Grondweten daarop als Souverein gehuldigd werd. De trotsche tem-pelbogen van het oude gebouw vormden een grootschenachtergrond voor de rijke versiering en voor de schitterendeuniformen, de kostbare gala-kleeding, de statige toga's ende geborduurde rokken van die allen, die de plechtigheidbijwoonden. Eene schaar van aanzienlijke vrouwen, flon-kerende in den glans van hare zijden kleederen, van hare