EN ANNA VAN HANNOVER.
55
gericht, hare dochter nog voor haar verscheiden te zienkomen tot een huwelijk, dat zoo mogelijk de positie vanharen zoon kon versterken en althans hoop liet, dat prinsesCarolina het land niet behoefde te verlaten, maar daar konblijven inwonen om met haren gemaal haren broeder terzijde te staan. Gelijk zij om dezen tijd, blijkens tal vanstukken en bescheiden berustende op het Koninklijk Huis-archief, met de uiterste zorgvuldigheid de voogdij overharen zoon regelde, trachtte zij het huwelijk te bespoedigenvan hare dochter met den jongen vorst van Nassau-Weil-burg, door uitsterven van verschillende verwante vorsten-geslachten het hoofd der Walramsche linie van het Huis vanNassau, gelijk Willem IV het van de Ottonische linie wasgeworden. Maar de Staten-Generaal, wier toestemming totbehoud van prinses Carolina's erfrechten in de Nederlandennoodzakelijk was, verklaarden éénstemmig, dat zij aanstootnamen aan het feit, dat de vorst van Nassau-Weilburg deLuthersche geloofsbelijdenis was toegedaan en weigerdenhunne toestemming tot dit huwelijk te verleenen. PrinsesAnna gevoelde de daarin gelegen moedwillige krenkingdiep; maar zich laten ter neder slaan, wilde zij niet. InDecember 1758, toen zij, door smartelijk lichaamslijden enzware zorgen ondermijnd, zich nog ter nauwernood staandehouden kon, verscheen zij, her en trotsch als altijd, maar„met waggelenden tred en met den dood op het gelaat,"in de vergadering der Staten-Generaal. Schriftelijk diendezij nog eens een voorstel tot versterking van land- enzeemacht in. Ditmaal smaakte zij de voldoening, dat dezen