MARIA LOUISE VAN HESSEN-KASSEL.
het om voor het Fransche leger vrijen doortocht van krijgs-behoeften aan te vragen over den grond der Republiek.Het was een ongehoord onrecht, den vijanden van Enge-land, die zich niet eens ais deze mogendheid op een alliantie-tractaat konden beroepen, inschikkelijkheden voor den krijgte verleenen, terwijl men zich toch door dat nog onver-broken tractaat den bondgenoot van Engeland achtenmoest. Anna van Hannover ontveinsde het zich niet. ,,Wees„voor een oogenblik eens geen minister," zeide zij tot denFranschen gezant, terwijl zij ter nauwernood hare tranenbedwong. „Moet ik het zijn, die de middelen aan de hand„geef om mijnen vader te schaden?" Toch werd vijf dagenlater, met inwilliging der gouvernante, den Franschentroepen de gevraagde vergunning verleend. Maar weinigbaatte prinses Anna dit toegeven aan den wensch derFranschgezinden, dit verzaken van recht en overtuiging.En al ware zij uit overtuiging Franschgezind geweest, hethad haar niet gebaat; zij moest, zoo verlangden het deregenten, in de oogen der bevolking Engelschgezind zijn.Wat zij deed of niet deed, steeds wist men haar verdachtte maken; van de schade, door de oorlogvoerende partijenden Nederlandschen handel aangedaan, werd met grootbeklag gewag gemaakt en moest de gouvernante persoonlijkhet verwijt dragen.
Vreeselijk woedde intusschen in Duitschland de krijg;voortdurend werden ook de grenzen der Republiek ont-rust, soms zelfs werd hare veiligheid door Fransche ofPruisische wapenen bedreigd. Het werd dringend nood-